Waar rechts dikwijls verweten wordt een ongezond vijanddenken te hanteren, heeft links de vrije hand alles en iedereen tot vijand te verklaren die haar voor de voeten loopt. Tal van linksactivistische clubs als AFA, KAFKA, Doorbraak, etc. houden zich zelfs continu bezig met het bestrijden van in hun ogen gevaarlijke en verderfelijke "extreemrechtse" krachten.
In dit licht is het niet opmerkelijk dat later deze maand in Deventer bijeenkomsten worden gehouden over de overeenkomsten en verschillen tussen de PVV van Wilders en het VlaamsBelang van Filip de Winter. De nieuwe Nederlandse organisatie Doorbraak uit Deventer en het Belgische Blokwatch (van Marc Spruytte). Deze ogenschijnlijke objectieve benadering wordt al meteen onder tafel geschoffeld door de woordvoerder van Doorbraak: "De PVV zegt keer op keer niets te hebben met het extreemrechtse Vlaams Belang, maar men doet qua radicaliteit niets onder voor de Belgische evenknie. Beiden doen racistische en schofferende uitspraken over moslims, niet-westerse migranten en links. Beiden profileren zich voorts als sociale partijen voor de gewone man en vrouw, maar in werkelijkheid staan de partijen een neoliberaal beleid voor waarbij de armen armer en de rijken rijker worden."
De doelstelling van Doorbraak maakt het allemaal nog wat duidelijker. Volgens henzelf is hun doelstelling deze: "Doorbraak is een linkse basisorganisatie die strijdt voor een ecologisch duurzame wereld zonder uitbuiting, onderdrukking en uitsluiting. Daarom vechten we van onderop tegen het kapitalisme, het patriarchaat, racisme, nationalisme, religieus fundamentalisme en militarisme."
Waar rechts geen ideologische samenhang ziet tussen deze genoemde zaken, ziet links ze wel. Daar valt van te leren. Het kader van Doorbraak is de strijd. Belangrijk is de vraag "hoe anti-racisten tegenwicht kunnen bieden aan de partijen." Let wel: niet "of", maar "hoe". De conclusies zijn blijkbaar al getrokken voor de lezingen van start gaan.
Onze conclusie is ook al op voorhand duidelijk: wij zijn tegen elke doorbraak. Of die nu van nieuwe christenen komt, van krakers of van antipatriarchale allochtonen. Ik pleit dan ook voor een emigratiestop van Doorbraakideeën. Gevolgd door een remigratie van Doorbrekers naar dichtgetimmerde kraakpanden in Amsterdam en Nijmegen, afgelegen gebieden in Oost-Turkije en het Rif-gebergte, en ondergrondse afgesloten metrostations in Wolgograd, het voormalige Stalingrad. Om van daaruit de strijd voort te zetten.
dinsdag 6 maart 2007
maandag 5 maart 2007
bitterlemon MAGAZINE NR. 2
Over enkele dagen komt bitterlemon magazine nummer 2 uit. Het paleoconservatieve magazine bitterlemon is een initiatief van zowel Nederlandse als Vlaamse Altkonservative, paleoconservatieve en klassiek orthodoxe scribenten. Met filosofisch en essayïstisch getinte artikelen probeert men met een fundamentele insteek - zoals men zelf zegt - "een gedachtegoed op te bouwen".
In nummer twee staat van mijn hand behalve het openingsartikel "Stop de persen!", een polemisch stuk tegen het nieuwe "linksconservatieve" opinieblad 'Opinio' en een scherpe aanval op het 'Cadillac-conservatisme' van Bart Jan Spruyt en Jaffe Vink dat ik samen met ds. Oussoren heb geschreven.
Vooral dit laatste is om meerdere redenen opmerkelijk. Want waren het niet juist wij tweeën diehet als conservatieven die het enkele jaren geleden nog voor Spruyt opnamen bij diens overstap naar Wilders? En stond Spruyt tot voor kort niet in de colofon van bitterlemon? We vonden dat we een duidelijk signaal moesten afgeven naar de lezer toe en naar de buitenwereld toe. Spruyt is een grens overgegaan die ons niet bevalt. Na hem een kans gegeven te hebben samen te werken met een breed gezelschap van conservatieven, bleek hij daar niet in geïnteresseerd te zijn. Hij is een lone wolf die zijn eigen weg gaat. Jammergenoeg een weg van destructie en verwarring.
Natuurlijk: het is niet te hopen dat de criticasters van elk conservatief initiatief gelijk krijgen, namelijk dat elk conservatief project vroeg of laat door onenigheid uit elkaar spat. Maar Spruyt is te ver gegaan met diens demonisering van Wilders die hij nu probeert goed te maken met een interview met prof. Tak in Opinio. Maar het kwaad laat Spruyt geschieden: een fascisering van conservatieve en rechtspopulistische krachten waar hijzelf buiten schot blijft. Naar de bedoelingen zullen we voorlopig maar raden...
Verder bevat bitterlemon nummer 2 een vertaalde rede van Friedrich Stahl, de inspirator van Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper, en een essay van Roger Scruton "Rivieren van bloed" met daarin elementen die we ook al hoorden in de lezing die Scruton vorig jaar heeft gehouden voor VlaamsBelang in Antwerpen.
In nummer twee staat van mijn hand behalve het openingsartikel "Stop de persen!", een polemisch stuk tegen het nieuwe "linksconservatieve" opinieblad 'Opinio' en een scherpe aanval op het 'Cadillac-conservatisme' van Bart Jan Spruyt en Jaffe Vink dat ik samen met ds. Oussoren heb geschreven.
Vooral dit laatste is om meerdere redenen opmerkelijk. Want waren het niet juist wij tweeën diehet als conservatieven die het enkele jaren geleden nog voor Spruyt opnamen bij diens overstap naar Wilders? En stond Spruyt tot voor kort niet in de colofon van bitterlemon? We vonden dat we een duidelijk signaal moesten afgeven naar de lezer toe en naar de buitenwereld toe. Spruyt is een grens overgegaan die ons niet bevalt. Na hem een kans gegeven te hebben samen te werken met een breed gezelschap van conservatieven, bleek hij daar niet in geïnteresseerd te zijn. Hij is een lone wolf die zijn eigen weg gaat. Jammergenoeg een weg van destructie en verwarring.
Natuurlijk: het is niet te hopen dat de criticasters van elk conservatief initiatief gelijk krijgen, namelijk dat elk conservatief project vroeg of laat door onenigheid uit elkaar spat. Maar Spruyt is te ver gegaan met diens demonisering van Wilders die hij nu probeert goed te maken met een interview met prof. Tak in Opinio. Maar het kwaad laat Spruyt geschieden: een fascisering van conservatieve en rechtspopulistische krachten waar hijzelf buiten schot blijft. Naar de bedoelingen zullen we voorlopig maar raden...
Verder bevat bitterlemon nummer 2 een vertaalde rede van Friedrich Stahl, de inspirator van Groen van Prinsterer en Abraham Kuyper, en een essay van Roger Scruton "Rivieren van bloed" met daarin elementen die we ook al hoorden in de lezing die Scruton vorig jaar heeft gehouden voor VlaamsBelang in Antwerpen.
Lees verder...
Labels:
bitterlemon,
conservatisme,
media
zondag 4 maart 2007
DE VERDRONKEN STAD
Op het verdronken eiland Orisant bevond zich ooit een trotse stad: Reimerswaal. Van deze Zeeuwse handelsstad nabij het huidige Tholen verzonken rond 1700 de resten in de golven.
De laatste bewoners van deze mythologische Zeeuwse stad namen haar geheimen mee naar alle uiteinden van De Nederlanden. De kennis van de oude orde van het leven, het samenleven, van de hogere en de lagere dingen raakte zo verspreid over de Zeventien Nederlanden.
Als nazaten van de laatste inwoners van Reimerswaal willen wij enkele overgebleven brokstukken van deze kennis met u delen. De oude geglazuurde kloostermoppen liggen diep onder het slik van de Oosterschelde. De potscherven slingeren overal rond. Maar waar de buitenkant is vergaan, is er ook iets gebleven: de werkelijkheid van het Oude Europa. Dit Oude Europa duiden we op deze webstek aan met de Drie Pijlers. Deze zijn: Ziel, Verbond en Orde. Tezamen vormen zij de geestelijke eenheid: de Res Publica of het Gemenebest. Het Gemenebest van de oude Nederlanden is hetzelfde als dat van het Oude Europa. In de klassieke eenheid van stad en land zien we haar contouren. Deze eeuwige synthese van Europa is blijvend. Ondanks plundering, verwoesting, brand of overstroming blijft de geestelijke eenheid - de Gemenebest of Res Publica - van Europa bestaan. Daarom is Reimerswaal het toonbeeld van onze culturele en geestelijke rijkdom. Haar stenen waren het getuigenis van een rijkdom die buiten en boven haar omging. En toen de stenen werden verstrooid, bleef haar fundament bestaan. Een fundament dat haar inwoners vormde en door haar inwoners kon worden verspreid over onze Lage Landen. De werkelijkheid van Reimerswaal heeft zo bezit genomen van het gehele Nederlandse Gemenebest: de Zeventien Verenigde Nederlanden. De paleoconservatief hoeft niets anders te doen dan deze werkelijkheid die opgetekend is in duizenden geschreven en ongeschreven bronnen te actualiseren. Bij dezen een begin in de vorm van een weblog.
De laatste bewoners van deze mythologische Zeeuwse stad namen haar geheimen mee naar alle uiteinden van De Nederlanden. De kennis van de oude orde van het leven, het samenleven, van de hogere en de lagere dingen raakte zo verspreid over de Zeventien Nederlanden.
Als nazaten van de laatste inwoners van Reimerswaal willen wij enkele overgebleven brokstukken van deze kennis met u delen. De oude geglazuurde kloostermoppen liggen diep onder het slik van de Oosterschelde. De potscherven slingeren overal rond. Maar waar de buitenkant is vergaan, is er ook iets gebleven: de werkelijkheid van het Oude Europa. Dit Oude Europa duiden we op deze webstek aan met de Drie Pijlers. Deze zijn: Ziel, Verbond en Orde. Tezamen vormen zij de geestelijke eenheid: de Res Publica of het Gemenebest. Het Gemenebest van de oude Nederlanden is hetzelfde als dat van het Oude Europa. In de klassieke eenheid van stad en land zien we haar contouren. Deze eeuwige synthese van Europa is blijvend. Ondanks plundering, verwoesting, brand of overstroming blijft de geestelijke eenheid - de Gemenebest of Res Publica - van Europa bestaan. Daarom is Reimerswaal het toonbeeld van onze culturele en geestelijke rijkdom. Haar stenen waren het getuigenis van een rijkdom die buiten en boven haar omging. En toen de stenen werden verstrooid, bleef haar fundament bestaan. Een fundament dat haar inwoners vormde en door haar inwoners kon worden verspreid over onze Lage Landen. De werkelijkheid van Reimerswaal heeft zo bezit genomen van het gehele Nederlandse Gemenebest: de Zeventien Verenigde Nederlanden. De paleoconservatief hoeft niets anders te doen dan deze werkelijkheid die opgetekend is in duizenden geschreven en ongeschreven bronnen te actualiseren. Bij dezen een begin in de vorm van een weblog.
Lees verder...
zaterdag 10 februari 2007
STOP DE PERSEN!
Valt er te leven zonder een krant? Zonder nieuws, opinie, columns? Lange tijd leek het er niet op. De krant domineerde onbetwist het publieke debat. Samen met media als televisie en radio zijn ze verantwoordelijk voor de maatschappij waarin we leven. Een maatschappij van steeds meer en steeds beter. Maar sinds enige jaren lijkt de droom van de conservatief uit te komen: de krant kan namelijk de deur uit, de televisie bij het grof vuil, net als de radio. Nieuwe media dienen zich aan. En met een beetje gezond verstand zijn deze uitstekend te combineren met de oude bronnen. Daarom: stop de persen!
De gevestigde mediakanalen komen steeds meer in de verdrukking. Ten eerste is er de opkomst van de gratis kranten. In Nederland is er naast de Metro en de Spits sinds 2007 De Pers van Marcel Boekhoorn, waarin onder meer Hans Wiegel schrijft. En met ingang van het voorjaar 2007 startte eveneens het gratis dagblad Dag van PCM en KPN. Het medialandschap is dus aan het veranderen. En de veranderingen gaan steeds sneller. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal zelfstandige krantentitels enorm afgenomen; van 124 naar 26. Veel redacties zijn samengevoegd, kranten fungeren onder steeds grotere en commerciëlere koepels en kleinere opiniebladen zijn geheel verdwenen. Slechts enkele grote informatieconcerns zijn overgebleven. Maar er is nog iets anders. Niet alleen is er sprake van machtconcentratie, maar het verschijnsel krant is aan het transformeren. De oplagen van de betaalde bladen staan onder druk door de opkomst van de gratis krant. Vonden die gratis bladen aanvankelijk alleen verspreiding op stations, thans tekent zich een tendens af in de richting van bredere verspreiding: via krantendisplays in winkelcentra, bij kantoren en bedrijven. En als we naar IJsland en Denemarken kijken, mogen we binnenkort het gratis blad op onze deurmat verwachten.
De gratis krant heeft niet alleen de oplagecijfers van de klassieke krant onder druk gezet, ze heeft ook een koerswijziging teweeggebracht bij de overgebleven betaalkranten. Zoals iemand van de PZC, een regionale Zeeuwse krant, tijdens de overgang naar het tabloidformaat al zei: “De boodschap is duidelijk: meer beeld, compacter schrijven. Andere journalistiek, dus. Tabloid is niet alleen formaat, maar werkwijze.” Het is de vraag of de reguliere krant zich kan blijven onderscheiden met deze werkwijze. Ze lijkt namelijk te veel op gratis tabloids als Metro, Spits en De Pers. Tel daarbij op de vergrijzing van het lezersbestand, en de uitkomst is duidelijk: ook de tabloids zullen het niet redden op een markt waar het alleen om cijfers gaat; waar advertenties steeds meer de winstgevendheid bepalen, en waar diezelfde advertenties steeds vaker op internet te vinden zijn, en steeds minder vaak in de traditionele media. Sommigen zien een ontwikkeling naar de betaalkrant als nicheproduct. Alleen gespecialiseerde periodieken als een sportblad, een financieel dagblad en enkele kwaliteitscirculaires zouden nog overleven. Religie valt onder die specialismen. Deze trend is als enigszins waar te nemen bij de oplagecijfers. Waar ze over het algemeen dalen, stijgen die van een Financieel Dagblad voortdurend. Een De Telegraaf in Nederland, en een USA Today in de VS handhaven zich met sport, terwijl de kwaliteitskranten zich steeds meer toeleggen op opinie en debat.
De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek ligt volgens Craig Carnegie zelfs in handen van non-profitorganisaties. In Amerika heb je bijvoorbeeld de Christian Science Monitor, de National Public Radio, The Weekly Standard. Maar ook in Europa is dit fenomeen in opkomst: het dagblad The Guardian in Engeland en het begin 2007 gestarte Opinio in Nederland. Maar de grens tussen gratis en bijna gratis is diffuus. In de VS zorgen de advertenties al voor 80 % van de inkomsten; de lezer betaalt dus nog slechts 20 % van de kostprijs. Dit punt maakt het mogelijk dat ook (bijna) gratis kranten mee kunnen gaan in de profilering. In Nederland zien we dat nu al gebeuren. We zien nu al een duidelijk onderscheid tussen Metro en Spits enerzijds en De Pers anderzijds. De eerste twee leggen zich meer toe op jongeren, terwijl De Pers een stukje opinie en achtergrond meeneemt. Dit proces is versterkt door de komst van het gratis dagblad Dag en de zaterdageditie van De Pers. Waar het gat tussen gratis en betaald gedicht wordt door de nieuwkomers, zullen de betaalde kranten zoals NRC.Next en ook de anderen mee moeten gaan in deze ontwikkelingen.
Publieke functie
Walter Cronkite, oud-anchorman van de CBS, waarschuwde onlangs aan de Columbia University tegen deze ontwikkelingen. Volgens hem zorgt de kaalslag in medialand, de sluiting van radio- en tv-stations, het snoeien in redacties en het verminderen van krantentitels tot vaak niet meer dan één titel per stad, ervoor dat de democratie in gevaar komt. "In dit informatietijdperk, en in de uitermate complexe wereld van vandaag, is de behoefte aan kwalitatief hoge verslaggeving groter dan ooit.” Door de bezuinigingen is de zorgvuldigheid van de journalistiek een lachertje geworden, en zijn we volgens Cronkite beland in "een soundbitecultuur die politieke campagnes verminkt tot politiek theater." Het zijn dus niet alleen de kranten die Cronkite in een neerwaartse spiraal ziet terechtkomen; ook de andere media als radio en tv worden in deze trend meegenomen. En de boodschap is duidelijk: er is een direct verband tussen verschraling en kaalslag in de journalistiek en de teloorgang van het publieke debat. In het verlengde van Cronkite zijn er ook vergelijkbare geluiden uit Europa te horen.
De mediawetenschapper Niek Pas, van de Universiteit van Amsterdam, wijst op de veranderende functie van televisie in de publieke ruimte. De tijd dat een hele natie zich ’s avonds rond de televisie schaarde en eenzelfde boodschap ontving, heeft volgens Niek Pas, zijn langste tijd gehad. Bij het medium internet zijn tijd- en plaatsgebondenheid niet langer gegarandeerd, waardoor het publieke debat fragmenteert. Niek Pas verwijst hiermee naar Jean-Louis Missika, die stelt dat door het wegvallen van de centrale bron in het publieke debat de belangrijke notie van de synchronie. Dit laatste is volgens hem een voorwaarde voor een optimaal functionerende democratie. Daarin is het nodig dat zo veel mogelijk burgers op hetzelfde moment met dezelfde informatie worden geconfronteerd. Publiek debat functioneert in de ogen van Jean-Louis Missika – en in die van Niek Pas – niet via zappen en surfen. Een publiek debat bestaat bij een centrum dat in stand wordt gehouden door synchronie van de verschillende spelers. Wat de politiek wil, wat de media doorgeven en wat de bestuurders verantwoorden, moet gelijklopen. Een belangrijke schakel in deze synchronie is de journalist. Als representant van bijvoorbeeld het instituut krant, heeft hij de taak de burger te informeren en zo toe te rusten tot democratisch staatsburger.
De winstdruk van de grote concerns, de vervlakking die de tabloid teweegbrengt en het snijden in de onderzoeksjournalistiek heeft niet alleen grote gevolgen voor de krant. Het heeft ook gevolgen voor de rol van de journalist zelf. De klassieke journalist was en is immers de exponent van een van de pijlers van onze democratie: de persvrijheid die zorgt voor de geïnformeerde burger. Deze geïnformeerde burger is een basisvooronderstelling van onze democratie. Het is deze redelijke burger die het algemeen belang op het oog heeft en in staat is om vertegenwoordigers aan te stellen die evenals hij opkomen voor dit algemeen belang en zo het land besturen. Deze burger bestaat bij de gratie van haar vertegenwoordigers: politieke volksvertegenwoordigers, maar ook mediale vertegenwoordigers in de vorm van de onafhankelijke journalist. De onafhankelijkheid van de journalist is de garantie voor de betrouwbaarheid van de informatie. Nu door de economische druk niet alleen de onafhankelijkheid van de pers onder druk staat, maar ook de praktische middelen wegvallen om journalistiek onderzoek te verrichten, is dus niet alleen de representativiteit van de burger in het publieke debat in het geding, maar werkt ook de basisvooronderstelling van de democratie niet meer. De klassieke natiestaat werkte met een centrum van de macht die opereerde in een duidelijk constitutioneel raamwerk van grondrechten. Deze grondrechten werden elk door eigen instituties belichaamd. De integriteit van de vertegenwoordigers was iets waar niet alleen over werd gewaakt, maar waar ook in de randvoorwaarden strikt op werd toegezien door middel van vorming, toezicht en lokale en personele gebondenheid en verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigers. Commercialisering, globalisering en fragmentarisering gooien hierbij roet in het eten. De gevolgen hiervan voor de media zijn duidelijk. Waar de krant afhankelijk is van adverteerders, geldschieters of andere belanghebbenden, vervaagt het algemeen belang. En waar media zich specialiseren en beperken tot bepaalde doelgroepen versmalt ook de belangenbehartiging tot die van desbetreffende doelgroep.
Wanneer noties als de geïnformeerde burger, de representativiteit van de burger en het algemeen belang onder druk staan, staat het publieke debat op de tocht. En daarmee wordt een van de pijlers van onze democratie bedreigd. Hoe valt er aan deze ontwikkelingen te ontkomen? En wil een conservatief er wel aan ontkomen? De conservatief ziet namelijk niet alleen een medium als televisie als een tijdelijk verschijnsel, maar ook zoiets als de natiestaat. En vanzelfsprekend heeft deze houding ook gevolgen voor zijn waardering voor het zogenaamde publieke debat. Er zijn ontwikkelingen in medialand die de conservatief schijnbaar gelijk geven: de natiestaat bleek een tijdelijk verschijnsel te zijn. Zijn de klassieke media dat ook?
Media-ecologie
Veel analyses over wat er aan de hand is met media als de krant gaan voorbij aan wat wel de grootste verandering in de media is: die van de richting van het nieuws. En daarmee gaan ze voorbij aan de verandering van het nieuws zelf. De klassieke media brachten het nieuws en de nodige informatie bij de burger die daarvan het gesprek van de dag maakte en zo de publieke opinie gestalte gaf. Het informatieverkeer was eenrichtingsverkeer dat met de verkiezingen resulteerde in de beweging vanuit de burger – of van de ene naar de andere krant. De fragmentarisering van de maatschappij en de democratisering van de media brengen hier verandering in. De opkomst van weblogs, interactieve media en de voortdurende focus van de media op de waardering van het gebrachte nieuws brengen iets anders aan het licht: niet de media bepalen de issues, maar de burger zelf. Niet voor niets wordt er steeds vaker gesproken over de antenne waar, bijvoorbeeld, een politicus over moet beschikken. Diezelfde antenne moet ook de journalist bezitten. De blogosfeer bepaalt wat er leeft onder het volk. Volgens Philip Meyer, de schrijver van The Vanishing Newspaper, bepaalden vroeger de oude media de maatschappelijke agenda, maar, zo zegt hij: “Die rol is nu gedeeltelijk door de bloggers overgenomen. Vandaag zijn zij het die ideeën op de agenda plaatsen.”
De veranderingen gaan ver en zijn structureel. De Amerikaanse mediaonderzoeker Chris Willis typeert deze verandering als die van een medialandschap naar een media-ecologie. Volgens hem is het oude medialandschap een landschap waarin een kleine groep zenders boodschappen produceert, bundelt en doorstuurt naar de ontvangers. De zenders treden op als poortwachters, zoals de krant of de televisie. Een media-ecosysteem daarentegen, is volgens Willis een open landschap waarin het publiek zelf boodschappen produceert met behulp van goedkope technologie als digitale camera's of weblogs. Het mediapubliek wordt actiever en gaat zelf media maken. Als de traditionele media een rol hierin willen blijven spelen, zal men volgens Willis de omslag moeten maken van institutionele benadering naar de persoonsgebonden benadering. Chris Willis: “Niemand vertrouwt instituties, mensen vertrouwen op personen.”
Hierin spreekt duidelijk de Amerikaanse cultuur in door. Waar instituties wegvallen, kunnen in de VS plaatselijke “hyper-local news sites” (Willis) en een sterke persoonlijke betrouwbaarheid en autoriteit deze instituties vervangen. In Europa, waar volgens Philip Meyer “vaak de nationale berichtgeving centraal staat”, krijgt de blogosfeer door het wegvallen van de instituties direct een anarchistische sfeer. Zo vindt Duns Ouray, eigenaar van www.HetVrijeVolk.com, een platform voor burgerjournalistiek, de anonimiteit van de schrijvers “een verademing voor eenieder die door onze TV geconditioneerd is.” Volgens hem betekent dat “dat enkel de inhoud van de boodschap overblijft.” En volgens hem is de “burgerjournalistiek een bron van authentieke, verrassende opinies. Oorspronkelijke ideeën. Daar kan de gevestigde pers nooit mee concurreren, omdat zij nu eenmaal gevestigd is.” Typerend is de denigrerende manier van spreken van Ouray over de autoriteit van een bepaalde boodschapper: “Dát mechanisme, iets geloven omdat het van een bepaalde boodschapper komt, zit diep geworteld in de menselijke natuur. Het is voor kinderen de primaire manier van kennisoverdracht … ze geloven alles wat hun ouders zeggen. Op latere leeftijd blijft dat ‘autoritarianisme’ belangrijk, ook bijvoorbeeld in dat bastion van De Zuivere Kennis … de wetenschap. Wetenschappers baseren zich probleemloos op de publicaties van anderen.”
Waar mannen als Cronkite nog uitgaan van de krant als democratische institutie en de journalist als drager ervan, is de werkelijkheid diffuser en anders geworden. Zeker, de instituties verschralen en verdwijnen. De journalisten worden steeds meer óf hyperspecialisten óf generalisten (lees: columnisten). Maar er wordt voorbijgegaan aan het feit dat de instituties in het medialandschap niet meer bestaan. Nieuws is een product geworden. Commentaar, amusement, lifestyle, belangen en docudrama lopen steeds meer in elkaar over. Bloggers houden nauwelijks rekening met het verschil tussen mening en feit (Herbert Blankenstein van voorheen De Volkskrant, thans De Pers). Walter Cronkite ziet door de afkalving van de klassieke journalistiek de voor het publieke debat noodzakelijke accuratesse afnemen. Philip Meyer ziet dat anders, hij meent dat juist bloggers de journalisten scherp kunnen houden. Meyer: “Journalisten en bloggers zijn niet noodzakelijk elkaars opponenten. Ze kunnen ook complementair zijn.” De basis van bloggers dicht Meyer een positieve rol toe: “Journalisten moeten goed getraind zijn om informatie te interpreteren en uit verschillende bronnen te combineren. Ze moeten aan precisiejournalistiek doen. Zo niet, dan riskeren ze een terechtwijzing van bloggers. En van het publiek.” Met de komst van de blogosfeer en van het civil journalism – burgerjournalistiek – waar burgers zelf nieuws maken en via een mediakanaal naar buiten brengen is de grens tussen traditionele media en sites als YouTube.com en Geenstijl.nl aan het ververdwijnen. Het gelijk van Walter Cronkite is groter en breder dan de politiek: ook de cultuur, de beurs en de religie vervallen tot theater en een uitwisseling van soundbites. Dit is iets dat Willis treffend een media-ecosysteem – of media-ecologie – noemt. In deze media-ecologie is er niet meer sprake van een landschap, maar van een schuim waarin blogs, links, zoekmachines, nieuwsgroepen, etc., etc. zoveel verbindingen met elkaar vormen dat er meer sprake is van een weefsel dan van een landschap.
Conservatieve vreugde
Tot de liberale instituties die verdwijnen behoort ook de pers. En wie de pers noemt, bedoelt allereerst de krant. En het is deze krant waar het slecht mee gaat. Sommigen vrezen de verdwijning van de krant. Maar de conservatieve geest juicht het toe. Die leest tussen de regels door en ziet de samenhang. Yann Motte van Yahoo! Europe kan dan wel spreken van de overgang van een aristocratie naar een democratie op mediagebied, maar dit is slechts schijn. Het optimisme dat de democratie ook deze mediaswitch zal aankunnen, zoals ze ook de komst van media als televisie en radio heeft overleefd, is ongefundeerd. Net als met de klassieke media, horen we bij de nieuwe media dezelfde klanken: social sites, News 2.0-diensten, zouden een democratiserende werking hebben doordat boeken, artikelen of films met een klein publiek beter hun weg zouden vinden naar het publiek. We zien daar weinig van terug. In Europa is het anarchisme dat de klok slaat en wanneer media niets anders weten dan hierin mee te gaan is het beter dat de krant verdwijnt (iets wat ook de voorspelling is van Philip Meyer). Nieuwe initiatieven kunnen de rol van de oude media overnemen. Locale initiatieven, homogene groepen, non-profit instellingen kunnen een nieuwe aristocratie kweken en vormen die in de chaos van wegvallende filters en instellingen en temidden van de vloed van infotainment weer kan aangeven wat het waard is gelezen te worden en te weten en wat niet.
Journalistiek moet weer terug naar waar het voor bedoeld is: een vorm van lokale journalistiek waarin het dienen van de concrete gemeenschap waarin alle actoren elkaar kennen doordat ze opereren binnen dezelfde concrete leefgemeenschap. Amerika kent al het typische fenomeen local journalism. Het is niet vreemd dat in dit soort media de grote politieke en sociale thema's met betrekking tot de wereld of het land amper aan bod komen. Voor die thema's moet je terecht bij andere media. Bij media zoals bitterlemon.eu. Momenteel leven we in een overgangstijd. Veel is nog onzeker, maar televisie en dagbladjournalistiek zullen langzaam uitdoven. Als “nationaal platform en merksteen in de publieke ruimte” (Niek Pas) hebben ze afgedaan. Een van de belangrijkste pijlers van de liberale staat is aan het wegrotten. Wie zou niet een beetje blij zijn?
Leven zonder krant
Voor een conservatief is er goed te leven zonder krant. Met een goede basisuitrusting van bibliotheek, koffiehuis, pc of mac kunt u gerust al de traditionele kranten de deur uit doen. Woont u in de buurt van een station of (straks) een winkelcentrum, dan kunt u te rade bij het gratis dagblad De Pers. Met minder ranzigheid als de Metro, Spits, AD en Telegraaf, minder zuur gemanipuleer van Trouw, Volkskrant, NRC of NRC.Next, zonder het aftandse van de regionale pers of de zoetigheid van de christelijke bladen, biedt De Pers gratis en voor niets een volwaardige krant aan met hard nieuws, achtergronden, commentaren en ander nieuws. Online is de krant uitstekend te lezen of op te vragen onder PDF via http://www.depers.nl/. Een goede aanvulling is de (gratis) nieuwsbrief van het Nederlandse opinieweekblad Elsevier. Dagelijks ontvangt u voor 12.00 uur een nieuwsbrief met de belangrijkste nieuwsfeiten, commentaren en de mogelijkheid zelf te reageren. De Nieuwsbrief is aan te vragen via http://www.elsevier.nl/. Vlamingen kunnen op een andere wijze terecht bij http://www.politiek.net/ dat behalve nieuwsberichten ook bijbehorende commentaren en persberichten rondstuurt.
Voor opinie en achtergronden zijn er voor de conservatief ingestelde burger enkele Vlaamse initiatieven waar men niet alleen niet omheen kan, maar die als diensten ook gratis af te nemen zijn. Ten eerste is er het opmerkelijke initiatief van prof. Matthias Storme die met zijn Iskander-mailinglist (http://www.politiek.net/iskander) tal van artikelen bijna dagelijks verspreidt. Het betreft een conservatieve selectie uit de wereldpers op het gebied van politiek en cultuur. Een ander initiatief uit de Vlaams-conservatieve koker is dat van Paul Beliën: http://www.brusselsjournal.com/. Als voornamelijk Engelstalig "Europees blog", met enkele Nederlandstalige bijdragen, bevindt dit blog zich op het snijpunt van conservatief en libertair. Zowel Iskander als The Brussels Journal bieden ook de gelegenheid zich te abonneren op RSS Feeds; de tweede in verschillende talen. Verder is er naast - natuurlijk - bitterlemon.eu ook de site van Opinio - www.opinio.nu - waar regelmatig online conservatief getinte artikelen te lezen zijn.
De gevestigde mediakanalen komen steeds meer in de verdrukking. Ten eerste is er de opkomst van de gratis kranten. In Nederland is er naast de Metro en de Spits sinds 2007 De Pers van Marcel Boekhoorn, waarin onder meer Hans Wiegel schrijft. En met ingang van het voorjaar 2007 startte eveneens het gratis dagblad Dag van PCM en KPN. Het medialandschap is dus aan het veranderen. En de veranderingen gaan steeds sneller. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het aantal zelfstandige krantentitels enorm afgenomen; van 124 naar 26. Veel redacties zijn samengevoegd, kranten fungeren onder steeds grotere en commerciëlere koepels en kleinere opiniebladen zijn geheel verdwenen. Slechts enkele grote informatieconcerns zijn overgebleven. Maar er is nog iets anders. Niet alleen is er sprake van machtconcentratie, maar het verschijnsel krant is aan het transformeren. De oplagen van de betaalde bladen staan onder druk door de opkomst van de gratis krant. Vonden die gratis bladen aanvankelijk alleen verspreiding op stations, thans tekent zich een tendens af in de richting van bredere verspreiding: via krantendisplays in winkelcentra, bij kantoren en bedrijven. En als we naar IJsland en Denemarken kijken, mogen we binnenkort het gratis blad op onze deurmat verwachten.
De gratis krant heeft niet alleen de oplagecijfers van de klassieke krant onder druk gezet, ze heeft ook een koerswijziging teweeggebracht bij de overgebleven betaalkranten. Zoals iemand van de PZC, een regionale Zeeuwse krant, tijdens de overgang naar het tabloidformaat al zei: “De boodschap is duidelijk: meer beeld, compacter schrijven. Andere journalistiek, dus. Tabloid is niet alleen formaat, maar werkwijze.” Het is de vraag of de reguliere krant zich kan blijven onderscheiden met deze werkwijze. Ze lijkt namelijk te veel op gratis tabloids als Metro, Spits en De Pers. Tel daarbij op de vergrijzing van het lezersbestand, en de uitkomst is duidelijk: ook de tabloids zullen het niet redden op een markt waar het alleen om cijfers gaat; waar advertenties steeds meer de winstgevendheid bepalen, en waar diezelfde advertenties steeds vaker op internet te vinden zijn, en steeds minder vaak in de traditionele media. Sommigen zien een ontwikkeling naar de betaalkrant als nicheproduct. Alleen gespecialiseerde periodieken als een sportblad, een financieel dagblad en enkele kwaliteitscirculaires zouden nog overleven. Religie valt onder die specialismen. Deze trend is als enigszins waar te nemen bij de oplagecijfers. Waar ze over het algemeen dalen, stijgen die van een Financieel Dagblad voortdurend. Een De Telegraaf in Nederland, en een USA Today in de VS handhaven zich met sport, terwijl de kwaliteitskranten zich steeds meer toeleggen op opinie en debat.
De toekomst van de kwaliteitsjournalistiek ligt volgens Craig Carnegie zelfs in handen van non-profitorganisaties. In Amerika heb je bijvoorbeeld de Christian Science Monitor, de National Public Radio, The Weekly Standard. Maar ook in Europa is dit fenomeen in opkomst: het dagblad The Guardian in Engeland en het begin 2007 gestarte Opinio in Nederland. Maar de grens tussen gratis en bijna gratis is diffuus. In de VS zorgen de advertenties al voor 80 % van de inkomsten; de lezer betaalt dus nog slechts 20 % van de kostprijs. Dit punt maakt het mogelijk dat ook (bijna) gratis kranten mee kunnen gaan in de profilering. In Nederland zien we dat nu al gebeuren. We zien nu al een duidelijk onderscheid tussen Metro en Spits enerzijds en De Pers anderzijds. De eerste twee leggen zich meer toe op jongeren, terwijl De Pers een stukje opinie en achtergrond meeneemt. Dit proces is versterkt door de komst van het gratis dagblad Dag en de zaterdageditie van De Pers. Waar het gat tussen gratis en betaald gedicht wordt door de nieuwkomers, zullen de betaalde kranten zoals NRC.Next en ook de anderen mee moeten gaan in deze ontwikkelingen.
Publieke functie
Walter Cronkite, oud-anchorman van de CBS, waarschuwde onlangs aan de Columbia University tegen deze ontwikkelingen. Volgens hem zorgt de kaalslag in medialand, de sluiting van radio- en tv-stations, het snoeien in redacties en het verminderen van krantentitels tot vaak niet meer dan één titel per stad, ervoor dat de democratie in gevaar komt. "In dit informatietijdperk, en in de uitermate complexe wereld van vandaag, is de behoefte aan kwalitatief hoge verslaggeving groter dan ooit.” Door de bezuinigingen is de zorgvuldigheid van de journalistiek een lachertje geworden, en zijn we volgens Cronkite beland in "een soundbitecultuur die politieke campagnes verminkt tot politiek theater." Het zijn dus niet alleen de kranten die Cronkite in een neerwaartse spiraal ziet terechtkomen; ook de andere media als radio en tv worden in deze trend meegenomen. En de boodschap is duidelijk: er is een direct verband tussen verschraling en kaalslag in de journalistiek en de teloorgang van het publieke debat. In het verlengde van Cronkite zijn er ook vergelijkbare geluiden uit Europa te horen.
De mediawetenschapper Niek Pas, van de Universiteit van Amsterdam, wijst op de veranderende functie van televisie in de publieke ruimte. De tijd dat een hele natie zich ’s avonds rond de televisie schaarde en eenzelfde boodschap ontving, heeft volgens Niek Pas, zijn langste tijd gehad. Bij het medium internet zijn tijd- en plaatsgebondenheid niet langer gegarandeerd, waardoor het publieke debat fragmenteert. Niek Pas verwijst hiermee naar Jean-Louis Missika, die stelt dat door het wegvallen van de centrale bron in het publieke debat de belangrijke notie van de synchronie. Dit laatste is volgens hem een voorwaarde voor een optimaal functionerende democratie. Daarin is het nodig dat zo veel mogelijk burgers op hetzelfde moment met dezelfde informatie worden geconfronteerd. Publiek debat functioneert in de ogen van Jean-Louis Missika – en in die van Niek Pas – niet via zappen en surfen. Een publiek debat bestaat bij een centrum dat in stand wordt gehouden door synchronie van de verschillende spelers. Wat de politiek wil, wat de media doorgeven en wat de bestuurders verantwoorden, moet gelijklopen. Een belangrijke schakel in deze synchronie is de journalist. Als representant van bijvoorbeeld het instituut krant, heeft hij de taak de burger te informeren en zo toe te rusten tot democratisch staatsburger.
De winstdruk van de grote concerns, de vervlakking die de tabloid teweegbrengt en het snijden in de onderzoeksjournalistiek heeft niet alleen grote gevolgen voor de krant. Het heeft ook gevolgen voor de rol van de journalist zelf. De klassieke journalist was en is immers de exponent van een van de pijlers van onze democratie: de persvrijheid die zorgt voor de geïnformeerde burger. Deze geïnformeerde burger is een basisvooronderstelling van onze democratie. Het is deze redelijke burger die het algemeen belang op het oog heeft en in staat is om vertegenwoordigers aan te stellen die evenals hij opkomen voor dit algemeen belang en zo het land besturen. Deze burger bestaat bij de gratie van haar vertegenwoordigers: politieke volksvertegenwoordigers, maar ook mediale vertegenwoordigers in de vorm van de onafhankelijke journalist. De onafhankelijkheid van de journalist is de garantie voor de betrouwbaarheid van de informatie. Nu door de economische druk niet alleen de onafhankelijkheid van de pers onder druk staat, maar ook de praktische middelen wegvallen om journalistiek onderzoek te verrichten, is dus niet alleen de representativiteit van de burger in het publieke debat in het geding, maar werkt ook de basisvooronderstelling van de democratie niet meer. De klassieke natiestaat werkte met een centrum van de macht die opereerde in een duidelijk constitutioneel raamwerk van grondrechten. Deze grondrechten werden elk door eigen instituties belichaamd. De integriteit van de vertegenwoordigers was iets waar niet alleen over werd gewaakt, maar waar ook in de randvoorwaarden strikt op werd toegezien door middel van vorming, toezicht en lokale en personele gebondenheid en verantwoordelijkheid van de vertegenwoordigers. Commercialisering, globalisering en fragmentarisering gooien hierbij roet in het eten. De gevolgen hiervan voor de media zijn duidelijk. Waar de krant afhankelijk is van adverteerders, geldschieters of andere belanghebbenden, vervaagt het algemeen belang. En waar media zich specialiseren en beperken tot bepaalde doelgroepen versmalt ook de belangenbehartiging tot die van desbetreffende doelgroep.
Wanneer noties als de geïnformeerde burger, de representativiteit van de burger en het algemeen belang onder druk staan, staat het publieke debat op de tocht. En daarmee wordt een van de pijlers van onze democratie bedreigd. Hoe valt er aan deze ontwikkelingen te ontkomen? En wil een conservatief er wel aan ontkomen? De conservatief ziet namelijk niet alleen een medium als televisie als een tijdelijk verschijnsel, maar ook zoiets als de natiestaat. En vanzelfsprekend heeft deze houding ook gevolgen voor zijn waardering voor het zogenaamde publieke debat. Er zijn ontwikkelingen in medialand die de conservatief schijnbaar gelijk geven: de natiestaat bleek een tijdelijk verschijnsel te zijn. Zijn de klassieke media dat ook?
Media-ecologie
Veel analyses over wat er aan de hand is met media als de krant gaan voorbij aan wat wel de grootste verandering in de media is: die van de richting van het nieuws. En daarmee gaan ze voorbij aan de verandering van het nieuws zelf. De klassieke media brachten het nieuws en de nodige informatie bij de burger die daarvan het gesprek van de dag maakte en zo de publieke opinie gestalte gaf. Het informatieverkeer was eenrichtingsverkeer dat met de verkiezingen resulteerde in de beweging vanuit de burger – of van de ene naar de andere krant. De fragmentarisering van de maatschappij en de democratisering van de media brengen hier verandering in. De opkomst van weblogs, interactieve media en de voortdurende focus van de media op de waardering van het gebrachte nieuws brengen iets anders aan het licht: niet de media bepalen de issues, maar de burger zelf. Niet voor niets wordt er steeds vaker gesproken over de antenne waar, bijvoorbeeld, een politicus over moet beschikken. Diezelfde antenne moet ook de journalist bezitten. De blogosfeer bepaalt wat er leeft onder het volk. Volgens Philip Meyer, de schrijver van The Vanishing Newspaper, bepaalden vroeger de oude media de maatschappelijke agenda, maar, zo zegt hij: “Die rol is nu gedeeltelijk door de bloggers overgenomen. Vandaag zijn zij het die ideeën op de agenda plaatsen.”
De veranderingen gaan ver en zijn structureel. De Amerikaanse mediaonderzoeker Chris Willis typeert deze verandering als die van een medialandschap naar een media-ecologie. Volgens hem is het oude medialandschap een landschap waarin een kleine groep zenders boodschappen produceert, bundelt en doorstuurt naar de ontvangers. De zenders treden op als poortwachters, zoals de krant of de televisie. Een media-ecosysteem daarentegen, is volgens Willis een open landschap waarin het publiek zelf boodschappen produceert met behulp van goedkope technologie als digitale camera's of weblogs. Het mediapubliek wordt actiever en gaat zelf media maken. Als de traditionele media een rol hierin willen blijven spelen, zal men volgens Willis de omslag moeten maken van institutionele benadering naar de persoonsgebonden benadering. Chris Willis: “Niemand vertrouwt instituties, mensen vertrouwen op personen.”
Hierin spreekt duidelijk de Amerikaanse cultuur in door. Waar instituties wegvallen, kunnen in de VS plaatselijke “hyper-local news sites” (Willis) en een sterke persoonlijke betrouwbaarheid en autoriteit deze instituties vervangen. In Europa, waar volgens Philip Meyer “vaak de nationale berichtgeving centraal staat”, krijgt de blogosfeer door het wegvallen van de instituties direct een anarchistische sfeer. Zo vindt Duns Ouray, eigenaar van www.HetVrijeVolk.com, een platform voor burgerjournalistiek, de anonimiteit van de schrijvers “een verademing voor eenieder die door onze TV geconditioneerd is.” Volgens hem betekent dat “dat enkel de inhoud van de boodschap overblijft.” En volgens hem is de “burgerjournalistiek een bron van authentieke, verrassende opinies. Oorspronkelijke ideeën. Daar kan de gevestigde pers nooit mee concurreren, omdat zij nu eenmaal gevestigd is.” Typerend is de denigrerende manier van spreken van Ouray over de autoriteit van een bepaalde boodschapper: “Dát mechanisme, iets geloven omdat het van een bepaalde boodschapper komt, zit diep geworteld in de menselijke natuur. Het is voor kinderen de primaire manier van kennisoverdracht … ze geloven alles wat hun ouders zeggen. Op latere leeftijd blijft dat ‘autoritarianisme’ belangrijk, ook bijvoorbeeld in dat bastion van De Zuivere Kennis … de wetenschap. Wetenschappers baseren zich probleemloos op de publicaties van anderen.”
Waar mannen als Cronkite nog uitgaan van de krant als democratische institutie en de journalist als drager ervan, is de werkelijkheid diffuser en anders geworden. Zeker, de instituties verschralen en verdwijnen. De journalisten worden steeds meer óf hyperspecialisten óf generalisten (lees: columnisten). Maar er wordt voorbijgegaan aan het feit dat de instituties in het medialandschap niet meer bestaan. Nieuws is een product geworden. Commentaar, amusement, lifestyle, belangen en docudrama lopen steeds meer in elkaar over. Bloggers houden nauwelijks rekening met het verschil tussen mening en feit (Herbert Blankenstein van voorheen De Volkskrant, thans De Pers). Walter Cronkite ziet door de afkalving van de klassieke journalistiek de voor het publieke debat noodzakelijke accuratesse afnemen. Philip Meyer ziet dat anders, hij meent dat juist bloggers de journalisten scherp kunnen houden. Meyer: “Journalisten en bloggers zijn niet noodzakelijk elkaars opponenten. Ze kunnen ook complementair zijn.” De basis van bloggers dicht Meyer een positieve rol toe: “Journalisten moeten goed getraind zijn om informatie te interpreteren en uit verschillende bronnen te combineren. Ze moeten aan precisiejournalistiek doen. Zo niet, dan riskeren ze een terechtwijzing van bloggers. En van het publiek.” Met de komst van de blogosfeer en van het civil journalism – burgerjournalistiek – waar burgers zelf nieuws maken en via een mediakanaal naar buiten brengen is de grens tussen traditionele media en sites als YouTube.com en Geenstijl.nl aan het ververdwijnen. Het gelijk van Walter Cronkite is groter en breder dan de politiek: ook de cultuur, de beurs en de religie vervallen tot theater en een uitwisseling van soundbites. Dit is iets dat Willis treffend een media-ecosysteem – of media-ecologie – noemt. In deze media-ecologie is er niet meer sprake van een landschap, maar van een schuim waarin blogs, links, zoekmachines, nieuwsgroepen, etc., etc. zoveel verbindingen met elkaar vormen dat er meer sprake is van een weefsel dan van een landschap.
Conservatieve vreugde
Tot de liberale instituties die verdwijnen behoort ook de pers. En wie de pers noemt, bedoelt allereerst de krant. En het is deze krant waar het slecht mee gaat. Sommigen vrezen de verdwijning van de krant. Maar de conservatieve geest juicht het toe. Die leest tussen de regels door en ziet de samenhang. Yann Motte van Yahoo! Europe kan dan wel spreken van de overgang van een aristocratie naar een democratie op mediagebied, maar dit is slechts schijn. Het optimisme dat de democratie ook deze mediaswitch zal aankunnen, zoals ze ook de komst van media als televisie en radio heeft overleefd, is ongefundeerd. Net als met de klassieke media, horen we bij de nieuwe media dezelfde klanken: social sites, News 2.0-diensten, zouden een democratiserende werking hebben doordat boeken, artikelen of films met een klein publiek beter hun weg zouden vinden naar het publiek. We zien daar weinig van terug. In Europa is het anarchisme dat de klok slaat en wanneer media niets anders weten dan hierin mee te gaan is het beter dat de krant verdwijnt (iets wat ook de voorspelling is van Philip Meyer). Nieuwe initiatieven kunnen de rol van de oude media overnemen. Locale initiatieven, homogene groepen, non-profit instellingen kunnen een nieuwe aristocratie kweken en vormen die in de chaos van wegvallende filters en instellingen en temidden van de vloed van infotainment weer kan aangeven wat het waard is gelezen te worden en te weten en wat niet.
Journalistiek moet weer terug naar waar het voor bedoeld is: een vorm van lokale journalistiek waarin het dienen van de concrete gemeenschap waarin alle actoren elkaar kennen doordat ze opereren binnen dezelfde concrete leefgemeenschap. Amerika kent al het typische fenomeen local journalism. Het is niet vreemd dat in dit soort media de grote politieke en sociale thema's met betrekking tot de wereld of het land amper aan bod komen. Voor die thema's moet je terecht bij andere media. Bij media zoals bitterlemon.eu. Momenteel leven we in een overgangstijd. Veel is nog onzeker, maar televisie en dagbladjournalistiek zullen langzaam uitdoven. Als “nationaal platform en merksteen in de publieke ruimte” (Niek Pas) hebben ze afgedaan. Een van de belangrijkste pijlers van de liberale staat is aan het wegrotten. Wie zou niet een beetje blij zijn?
Leven zonder krant
Voor een conservatief is er goed te leven zonder krant. Met een goede basisuitrusting van bibliotheek, koffiehuis, pc of mac kunt u gerust al de traditionele kranten de deur uit doen. Woont u in de buurt van een station of (straks) een winkelcentrum, dan kunt u te rade bij het gratis dagblad De Pers. Met minder ranzigheid als de Metro, Spits, AD en Telegraaf, minder zuur gemanipuleer van Trouw, Volkskrant, NRC of NRC.Next, zonder het aftandse van de regionale pers of de zoetigheid van de christelijke bladen, biedt De Pers gratis en voor niets een volwaardige krant aan met hard nieuws, achtergronden, commentaren en ander nieuws. Online is de krant uitstekend te lezen of op te vragen onder PDF via http://www.depers.nl/. Een goede aanvulling is de (gratis) nieuwsbrief van het Nederlandse opinieweekblad Elsevier. Dagelijks ontvangt u voor 12.00 uur een nieuwsbrief met de belangrijkste nieuwsfeiten, commentaren en de mogelijkheid zelf te reageren. De Nieuwsbrief is aan te vragen via http://www.elsevier.nl/. Vlamingen kunnen op een andere wijze terecht bij http://www.politiek.net/ dat behalve nieuwsberichten ook bijbehorende commentaren en persberichten rondstuurt.
Voor opinie en achtergronden zijn er voor de conservatief ingestelde burger enkele Vlaamse initiatieven waar men niet alleen niet omheen kan, maar die als diensten ook gratis af te nemen zijn. Ten eerste is er het opmerkelijke initiatief van prof. Matthias Storme die met zijn Iskander-mailinglist (http://www.politiek.net/iskander) tal van artikelen bijna dagelijks verspreidt. Het betreft een conservatieve selectie uit de wereldpers op het gebied van politiek en cultuur. Een ander initiatief uit de Vlaams-conservatieve koker is dat van Paul Beliën: http://www.brusselsjournal.com/. Als voornamelijk Engelstalig "Europees blog", met enkele Nederlandstalige bijdragen, bevindt dit blog zich op het snijpunt van conservatief en libertair. Zowel Iskander als The Brussels Journal bieden ook de gelegenheid zich te abonneren op RSS Feeds; de tweede in verschillende talen. Verder is er naast - natuurlijk - bitterlemon.eu ook de site van Opinio - www.opinio.nu - waar regelmatig online conservatief getinte artikelen te lezen zijn.
Lees verder...
Labels:
media
maandag 5 februari 2007
OVERSPEL EN DOODSLAG BIJ DE GRATIE GODS
Er is overeenstemming bereikt over het regeringsprogram. Naar verwachting zal binnenkort een nieuw kabinet samen met koningin Beatrix op het bordes staan. Een kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie. Zullen straks christelijke ministers bij de Gratie Gods wetten verdedigen die de vloer aanvegen met beschaving, geloof en moraal? Wordt, wie het paradigma van de secularisatie omhelst, vroeg of laat zelf een tegenstander van alles wat recht is, en iemand die alles recht praat wat krom is? De formatie van een nieuw Nederlands kabinet is nagenoeg afgerond. Aan de tafel van kabinetsformateur Herman Wijffels zaten premier Balkenende van de christendemocratische CDA, Wouter Bos als partijleider van de sociaaldemocratische PvdA en André Rouvoet die partijleider is van de ChristenUnie, een verzameling van protestantse kiezers met veelal calvinistische wortels.
Voor de conservatief anno 2007 is de vraag naar de precieze samenstelling van ondergeschikt belang. Voor de conservatief is met name de vraag naar het landsbelang belangrijk. Want nu een vanouds traditionele, calvinistische partij als de ChristenUnie deelneemt aan het nieuwe kabinet, is het de vraag waar haar eerste verantwoordelijkheid ligt. Is dat de regeringsverantwoordelijkheid of de verantwoordelijkheid het recht te handhaven en de schenders een spiegel voor te houden. De ChristenUnie kiest voor het eerste. Op zich genomen is dit een goede zaak. Wie als democratische partij deelneemt aan de politiek kan zich niet aan de regeringsverantwoordelijkheid onttrekken wanneer het moment zich aandient deel te kunnen nemen aan een regering. En vooral voor een partij als de ChristenUnie is dit een serieuze aangelegenheid. De ChristenUnie is een samenvoeging van twee partijen: de RPF en het GPV. Beide partijen lieten zich inspireren door denkers als Groen van Prinsterer en andere antirevolutionaire lieden als Kuyper en Dooyeweerd. En terwijl de RPF de neiging had het getuigenis soms belangrijker te vinden dan de staatsrechtelijke benadering, kenmerkte het GPV zich, met name bij monde van voormannen als G.J. Schutte en A.J. Verbrugh, door een primair staatsrechtelijke benadering die vaak samenging (met name bij dr. A.J. Verbrugh) met een sterk historisch politiek bewustzijn.
Nog steeds is in het GPV-smaldeel van de ChristenUnie deze gouvernementele instelling sterk aanwezig. Dat betekent dat men de politieke verantwoordelijkheid benadert van binnenuit, dat wil zeggen als medeverantwoordelijke deelgenoot aan het politieke bedrijf van regering en parlement. Dit in tegenstelling tot de getuigende c.q. protesterende houding die wordt gekenmerkt door een houding die van buitenaf de dingen aan de kaak en aan de orde stelt. Bij de laatste houding neemt men niet zozeer in de eerste plaats verantwoordelijkheid voor het gebeuren, maar wijst men allereerst op de verantwoordelijkheid van de ander met verwijzing naar een hogere norm of een dieperliggende basis dan die schijnbaar wordt gehanteerd. Deze zogenaamde "getuigende" houding is een beetje uit de gratie geraakt. Steeds meer gelovigen menen dat ze verantwoordelijk zijn op het publieke terrein en dat ze onderdeel zijn van onze samenleving. Steeds meer wordt het getuigende gekoppeld aan de notie van het haalbare. En het haalbare is slechts reëel wanneer je je opstelt als deelnemer aan het actuele politieke bedrijf, je bereid bent compromissen te sluiten en - vooral - wanneer je bereid bent je neer te leggen bij zaken die haaks staan op je eigen overtuiging. Dit laatste wordt dan gerechtvaardigd met een beroep op het zogenaamde democratische proces.
Dit laatste zien we nu bij de ChristenUnie gebeuren. De antirevolutionaire grondhouding van "het zich fundamenteel primair neerleggen bij een situatie die is gecreëerd door processen als democratie, cultuur en tijdgeest" is doorgedrongen tot in de diepste vezels van de moderne politicus. En, zo blijkt onder meer in de aanloop naar de kabinetsformatie, ook tot in de diepste vezels van de politicus die voorheen nog klassiek, historisch, christelijk en staatsrechtelijk opereerde. En dit is louter verlies. De gouvernementele houding is nog springlevend in de gelederen van de ChristenUnie. Niet voor niets is oud-GPV'er Arie Slob de rechterhand van André Rouvoet, ook tijdens de formatieonderhandelingen. En deze houding werd nog eens flink onderstreept door oud-GPV'er en huidig CU-senator Eimert van Middelkoop. Voor de EO-radio verklaarde deze enkele weken terug dat men hem niet moet opzadelen met culturele en religieuze schema´s van vroeger. Waar het nu om gaat is de schade beperken en niet het onderste uit de kan te willen hebben.
Het gemak waarmee CU-politici, waaronder (oud-)corifeeën als Schutte en Van Middelkoop, de omslag maken richting het haalbare is opmerkelijk. Mannen die bij de eed-aflegging spreken van "zo waarlijk helpe mij God almachtig" en die als onderdeel van de Kroon regeren "bij de Gratie Gods", nemen uit landsbelang de verantwoordelijk voor een reeks wetten waarin doodslag op ongeboren kinderen een fundamenteel recht is en het opvoeden van kinderen door de eigen ouders niet. Waarin het belang van het homohuwelijk hoger is aangeschreven dan het belang van kerk en christendom. Het zijn sterke morele benen die in naam van God doodslag, wanorde en verwatering funderen vanuit de gratie - de genade - van God. Het is te vrezen dat waar de vertegenwoordigers van een volk de afbraak omhelzen, het volk het abnormale ook steeds meer normaal zal vinden. Het smalspoor van Bijbelse en evangelische politiek is faliekant mislukt. Wat over is gebleven is een algemeen van verantwoordelijkheid en een besef samen in hetzelfde schuitje te zitten. Zonder besef van schuld, zonder idee van medeverantwoordelijkheid want (!) zonder keihard program van herstel en van afbakening van grenzen, levert men zijn of haar ziel over aan de democratische verwarring van onze maatschappij. Een land heeft een regering nodig. Maar laat de naam van God daar op dit moment alsjeblieft buiten.
Voor de conservatief anno 2007 is de vraag naar de precieze samenstelling van ondergeschikt belang. Voor de conservatief is met name de vraag naar het landsbelang belangrijk. Want nu een vanouds traditionele, calvinistische partij als de ChristenUnie deelneemt aan het nieuwe kabinet, is het de vraag waar haar eerste verantwoordelijkheid ligt. Is dat de regeringsverantwoordelijkheid of de verantwoordelijkheid het recht te handhaven en de schenders een spiegel voor te houden. De ChristenUnie kiest voor het eerste. Op zich genomen is dit een goede zaak. Wie als democratische partij deelneemt aan de politiek kan zich niet aan de regeringsverantwoordelijkheid onttrekken wanneer het moment zich aandient deel te kunnen nemen aan een regering. En vooral voor een partij als de ChristenUnie is dit een serieuze aangelegenheid. De ChristenUnie is een samenvoeging van twee partijen: de RPF en het GPV. Beide partijen lieten zich inspireren door denkers als Groen van Prinsterer en andere antirevolutionaire lieden als Kuyper en Dooyeweerd. En terwijl de RPF de neiging had het getuigenis soms belangrijker te vinden dan de staatsrechtelijke benadering, kenmerkte het GPV zich, met name bij monde van voormannen als G.J. Schutte en A.J. Verbrugh, door een primair staatsrechtelijke benadering die vaak samenging (met name bij dr. A.J. Verbrugh) met een sterk historisch politiek bewustzijn.
Nog steeds is in het GPV-smaldeel van de ChristenUnie deze gouvernementele instelling sterk aanwezig. Dat betekent dat men de politieke verantwoordelijkheid benadert van binnenuit, dat wil zeggen als medeverantwoordelijke deelgenoot aan het politieke bedrijf van regering en parlement. Dit in tegenstelling tot de getuigende c.q. protesterende houding die wordt gekenmerkt door een houding die van buitenaf de dingen aan de kaak en aan de orde stelt. Bij de laatste houding neemt men niet zozeer in de eerste plaats verantwoordelijkheid voor het gebeuren, maar wijst men allereerst op de verantwoordelijkheid van de ander met verwijzing naar een hogere norm of een dieperliggende basis dan die schijnbaar wordt gehanteerd. Deze zogenaamde "getuigende" houding is een beetje uit de gratie geraakt. Steeds meer gelovigen menen dat ze verantwoordelijk zijn op het publieke terrein en dat ze onderdeel zijn van onze samenleving. Steeds meer wordt het getuigende gekoppeld aan de notie van het haalbare. En het haalbare is slechts reëel wanneer je je opstelt als deelnemer aan het actuele politieke bedrijf, je bereid bent compromissen te sluiten en - vooral - wanneer je bereid bent je neer te leggen bij zaken die haaks staan op je eigen overtuiging. Dit laatste wordt dan gerechtvaardigd met een beroep op het zogenaamde democratische proces.
Dit laatste zien we nu bij de ChristenUnie gebeuren. De antirevolutionaire grondhouding van "het zich fundamenteel primair neerleggen bij een situatie die is gecreëerd door processen als democratie, cultuur en tijdgeest" is doorgedrongen tot in de diepste vezels van de moderne politicus. En, zo blijkt onder meer in de aanloop naar de kabinetsformatie, ook tot in de diepste vezels van de politicus die voorheen nog klassiek, historisch, christelijk en staatsrechtelijk opereerde. En dit is louter verlies. De gouvernementele houding is nog springlevend in de gelederen van de ChristenUnie. Niet voor niets is oud-GPV'er Arie Slob de rechterhand van André Rouvoet, ook tijdens de formatieonderhandelingen. En deze houding werd nog eens flink onderstreept door oud-GPV'er en huidig CU-senator Eimert van Middelkoop. Voor de EO-radio verklaarde deze enkele weken terug dat men hem niet moet opzadelen met culturele en religieuze schema´s van vroeger. Waar het nu om gaat is de schade beperken en niet het onderste uit de kan te willen hebben.
Het gemak waarmee CU-politici, waaronder (oud-)corifeeën als Schutte en Van Middelkoop, de omslag maken richting het haalbare is opmerkelijk. Mannen die bij de eed-aflegging spreken van "zo waarlijk helpe mij God almachtig" en die als onderdeel van de Kroon regeren "bij de Gratie Gods", nemen uit landsbelang de verantwoordelijk voor een reeks wetten waarin doodslag op ongeboren kinderen een fundamenteel recht is en het opvoeden van kinderen door de eigen ouders niet. Waarin het belang van het homohuwelijk hoger is aangeschreven dan het belang van kerk en christendom. Het zijn sterke morele benen die in naam van God doodslag, wanorde en verwatering funderen vanuit de gratie - de genade - van God. Het is te vrezen dat waar de vertegenwoordigers van een volk de afbraak omhelzen, het volk het abnormale ook steeds meer normaal zal vinden. Het smalspoor van Bijbelse en evangelische politiek is faliekant mislukt. Wat over is gebleven is een algemeen van verantwoordelijkheid en een besef samen in hetzelfde schuitje te zitten. Zonder besef van schuld, zonder idee van medeverantwoordelijkheid want (!) zonder keihard program van herstel en van afbakening van grenzen, levert men zijn of haar ziel over aan de democratische verwarring van onze maatschappij. Een land heeft een regering nodig. Maar laat de naam van God daar op dit moment alsjeblieft buiten.
Lees verder...
Labels:
culture war,
moraal,
politiek
vrijdag 29 december 2006
2006: Het jaar van het terrorisme
De ware terrorist is in het jaar 2007 geen fundamentalistische Afghaan, maar een klassiek ogende Nederlander, Vlaming of Europeaan. Als kenner van het conservatieve en traditionele denken, weet de neoconservatief immers waar hij zijn tanden in moet zetten. Waar een Al-Qaida ongericht vernielingen aanricht, zijn de acties van de neocons gericht. In naam van Allah en de Verlichting moeten Europa, volk, christendom, huwelijk en familie eerst worden losgemaakt van elkaar, om daarna stuk voor stuk te worden verkruimeld.
We leven in de tijd van de terreurdreiging. De donkere achtergrond van het terrorisme heeft onze blik vertroebeld en in veel gevallen zelfs blind gemaakt. De ware terroristen lopen niet in burqa's rond, maar werken aan onze academies in westerse colbertjes en mantelpakjes. Met of zonder stropdas zaaien deze terroristen een sfeer van achterdocht, haat, angst en onzekerheid. Het jaar 2007 wordt voor de klassieke Europeaan het jaar om de goede van de slechte boom te onderscheiden door op de vruchten te letten.
Als er iets is wat het afgelopen jaar de actualiteit direct of indirect heeft bepaald, dan is dat het terrorisme. De dreiging van terreur heeft niet alleen het veiligheidsbeleid en de buitenlandse politiek van veel Westerse landen getoonzet; het heeft daarnaast zijn stempel gezet op een belangrijk deel van het publieke debat in Nederland, België en in de Westerse wereld als geheel.
Het fenomeen terrorisme is niet nieuw. Niemand minder dan Edmund Burke was de eerste die deze term in de mond nam en koppelde aan het zaaien van schrik en verderf om een doel te bereiken. Niet alleen regimes kunnen een waar schrikbewind voeren, zoals dat van Robespierre tijdens de Franse Revolutie, ook autonome organisaties en personen kunnen zich hieraan schuldig maken. Europa kende (en kent) haar eigen terreurorganisaties, zoals de ETA in Spanje, de IRA in Groot-Brittanië, de RAF in West-Duitsland en de Rode Brigades in Italië.
In onze tijd is er een verandering gekomen in de aard van het terrorisme. Er is een nieuwe variant ontstaan: terreur zonder doel. Hadden oorspronkelijke terreurorganisaties altijd een concreet doel voor ogen: separatisme of het vestigen van een ander politiek systeem, het moderne terrorisme opereert zonder zo'n concreet doel. Het gaat deze nieuwe variant om de loutere destabilisatie van de wereldeconomie, van de handel, het transport en de culturele uitwisselingen in het algemeen. Haar doel is niet het overtuigen van een populatie van bijvoorbeeld een land of een werelddeel, maar het verwarren en destabiliseren van de maatschappijen waarin deze populatie leeft.
Werd het oude terrorisme altijd nog weerhouden door factoren als goodwill bij de basis, het nieuwe terrorisme trekt zich nergens wat van aan. Haar doelen zijn abstract. Organisaties als ETA en IRA hadden (en hebben) altijd nog hun thuisbasis van Basken en (Rooms-katholieke) Noord-Ieren waar ze rekening mee moesten (moeten) houden. Een organisatie als Al-Qaida heeft dat niet. Zij maakt rustig slachtoffers onder potentiële sympathisanten. Haar doel is niet zozeer overtuiging, maar vernietiging.
De Engelse filosoof John Gray heeft op de treffende overeenkomsten tussen Al-Qaida en het modernisme gewezen. In zijn boek "Al-Qaida en de moderne tijd" analyseert hij het verschijnsel Islamitisch fundamentalisme als een product van de moderniteit. De maakbaarheidsidee en het abstract ideologische zijn niet alleen typerend voor een organisatie als Al-Qaida, maar evenzeer voor het Verlichtingsdenken. Beide bewegingen gedijen het beste in een vacuümtoestand. Daarom richten beide bewegingen zich op de vernietiging van het bestaande. Gecreëerde anarchie schreeuwt om macht, en zowel fundamentalistische Islamieten als Verlichtingsdrijvers staan vooraan om de macht te gebruiken voor eigen doeleinden.
De definitie van terrorisme is aan het verschuiven. Was het in vroeger dagen zo dat de machthebbers bepaalden wat terrorisme was, nu ligt dat anders. Vroeger waren opstandelingen voor de machthebbers terroristen, zoals de verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers "terroristen" waren. Voor de bepaling van "de klassieke terrorist" was het nodig de grond van zijn handelen - van zijn opstand - te bezien. Lag deze grond voor zijn opstand in oude rechten, vrijheden en in historische verworvenheden, dan kon er onmogelijk over terrorisme gesproken worden. De opstandeling dient namelijk het belang waarvoor hij in opstand komt: volk, historie, verwanten en geloof - het één nooit los van het ander.
De moderne terrorist opereert los van een organische rechtsbasis. Voor hem (of haar) zijn de geschiedenis, volk, organisch geloof, verwantschap verworden tot abstracties: tot elementen die gebruikt kunnen worden om het doel te bereiken, maar die bij falen kunnen worden afgedankt. De moderne terrorist is een socialist, liberaal of neoconservatief die speelt met normen en waarden, die dolt met klassieke deugden en paradeert met cultuur en identiteit. Totdat het niet meer voldoet, dan worden deze zaken afgedankt.
De moderne terrorist waar de conservatief in 2007 rekening mee moet houden is diegene die meehuilt met alles wat klassiek, conservatief, rechts of behoudend is, maar ondertussen een eigen agenda hanteert. Het is de André Rouvoet die in naam van de afgewezen asielzoekers de grondwet en het staatsrecht vloert. Het is een kardinaal Danneels die in naam van de humaniteit zijn Rooms-katholieke kerk afbreekt. Het is een Guy Verhofstadt die zijn oude rechtse vrienden in naam van de vrijheid het leven politiek onmogelijk wil maken. Het zijn neoconservatieven als Leon de Winter en Afshin Ellian die in naam van de vooruitgang en de Verlichting het volk, de beschaving, de godsdienst en de cultuur willen vernietigen.
Autonoom ten aanzien van onze geschiedenis, de natuurlijke en bovennatuurlijke orde, van het volk en van het verbond van onze voorvaderen, is hun enige doel het destabiliseren en verzwakken van onze beschaving. Hun ideaal is een vacuüm waarin deze machtsdenkers hun slag kunnen slaan. Met hun politiek van goede bedoelingen, zaaien ze een sfeer van weerzin en achterdocht ten opzichte van ons christelijke verleden, ten opzichte van de strijd die onze voorouders hebben gestreden, ten opzichte van de traditionele structuren die onze cultuur eeuwenlang hebben gedragen.
De ware terrorist is in het jaar 2007 geen fundamentalistische Afghaan, maar een beschaafd ogende Nederlander, Belg, Vlaming of Europeaan. Sommigen roepen al argwaan op bij hun verschijning: socialisten, groenen en soortgelijk volk. Hun mogelijkheden van terreur zijn daarom beperkt. Het zijn de zogenaamde "medestaanders" die de conservatief het meest moet vrezen: de neoconservatieven. Want als kenner van het conservatieve, religieuze en traditionele denken weet de neoconservatief immers waar hij zijn tanden in moet zetten. Waar een Al-Qaida ongericht vernielingen aanricht, zijn de acties van de neocons gericht. Ze weten waar ze hun pijlen op moeten richten. In naam van Allah en/of de Verlichting moeten Europa, volk, christendom, huwelijk en familie eerst worden losgemaakt van elkaar, om daarna stuk voor stuk te worden verkruimeld.
Terrorisme anno 2007 is de terreur van de goede bedoelingen. Het is de terreur van de totale bevrijding. Bevrijd van verleden, religie, bloedband en orde streeft dit nieuwe terrorisme een wereld na waarin iedereen zorgeloos kan voortleven. Maar wel na te zijn gehersenspoeld tot een Verlicht creatuur. En onder de hoede van de Verlichtingsautonomen, dat ook.
Ik wens u daarom een voorspoedig en oplettend 2007.
We leven in de tijd van de terreurdreiging. De donkere achtergrond van het terrorisme heeft onze blik vertroebeld en in veel gevallen zelfs blind gemaakt. De ware terroristen lopen niet in burqa's rond, maar werken aan onze academies in westerse colbertjes en mantelpakjes. Met of zonder stropdas zaaien deze terroristen een sfeer van achterdocht, haat, angst en onzekerheid. Het jaar 2007 wordt voor de klassieke Europeaan het jaar om de goede van de slechte boom te onderscheiden door op de vruchten te letten.
Als er iets is wat het afgelopen jaar de actualiteit direct of indirect heeft bepaald, dan is dat het terrorisme. De dreiging van terreur heeft niet alleen het veiligheidsbeleid en de buitenlandse politiek van veel Westerse landen getoonzet; het heeft daarnaast zijn stempel gezet op een belangrijk deel van het publieke debat in Nederland, België en in de Westerse wereld als geheel.
Het fenomeen terrorisme is niet nieuw. Niemand minder dan Edmund Burke was de eerste die deze term in de mond nam en koppelde aan het zaaien van schrik en verderf om een doel te bereiken. Niet alleen regimes kunnen een waar schrikbewind voeren, zoals dat van Robespierre tijdens de Franse Revolutie, ook autonome organisaties en personen kunnen zich hieraan schuldig maken. Europa kende (en kent) haar eigen terreurorganisaties, zoals de ETA in Spanje, de IRA in Groot-Brittanië, de RAF in West-Duitsland en de Rode Brigades in Italië.
In onze tijd is er een verandering gekomen in de aard van het terrorisme. Er is een nieuwe variant ontstaan: terreur zonder doel. Hadden oorspronkelijke terreurorganisaties altijd een concreet doel voor ogen: separatisme of het vestigen van een ander politiek systeem, het moderne terrorisme opereert zonder zo'n concreet doel. Het gaat deze nieuwe variant om de loutere destabilisatie van de wereldeconomie, van de handel, het transport en de culturele uitwisselingen in het algemeen. Haar doel is niet het overtuigen van een populatie van bijvoorbeeld een land of een werelddeel, maar het verwarren en destabiliseren van de maatschappijen waarin deze populatie leeft.
Werd het oude terrorisme altijd nog weerhouden door factoren als goodwill bij de basis, het nieuwe terrorisme trekt zich nergens wat van aan. Haar doelen zijn abstract. Organisaties als ETA en IRA hadden (en hebben) altijd nog hun thuisbasis van Basken en (Rooms-katholieke) Noord-Ieren waar ze rekening mee moesten (moeten) houden. Een organisatie als Al-Qaida heeft dat niet. Zij maakt rustig slachtoffers onder potentiële sympathisanten. Haar doel is niet zozeer overtuiging, maar vernietiging.
De Engelse filosoof John Gray heeft op de treffende overeenkomsten tussen Al-Qaida en het modernisme gewezen. In zijn boek "Al-Qaida en de moderne tijd" analyseert hij het verschijnsel Islamitisch fundamentalisme als een product van de moderniteit. De maakbaarheidsidee en het abstract ideologische zijn niet alleen typerend voor een organisatie als Al-Qaida, maar evenzeer voor het Verlichtingsdenken. Beide bewegingen gedijen het beste in een vacuümtoestand. Daarom richten beide bewegingen zich op de vernietiging van het bestaande. Gecreëerde anarchie schreeuwt om macht, en zowel fundamentalistische Islamieten als Verlichtingsdrijvers staan vooraan om de macht te gebruiken voor eigen doeleinden.
De definitie van terrorisme is aan het verschuiven. Was het in vroeger dagen zo dat de machthebbers bepaalden wat terrorisme was, nu ligt dat anders. Vroeger waren opstandelingen voor de machthebbers terroristen, zoals de verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers "terroristen" waren. Voor de bepaling van "de klassieke terrorist" was het nodig de grond van zijn handelen - van zijn opstand - te bezien. Lag deze grond voor zijn opstand in oude rechten, vrijheden en in historische verworvenheden, dan kon er onmogelijk over terrorisme gesproken worden. De opstandeling dient namelijk het belang waarvoor hij in opstand komt: volk, historie, verwanten en geloof - het één nooit los van het ander.
De moderne terrorist opereert los van een organische rechtsbasis. Voor hem (of haar) zijn de geschiedenis, volk, organisch geloof, verwantschap verworden tot abstracties: tot elementen die gebruikt kunnen worden om het doel te bereiken, maar die bij falen kunnen worden afgedankt. De moderne terrorist is een socialist, liberaal of neoconservatief die speelt met normen en waarden, die dolt met klassieke deugden en paradeert met cultuur en identiteit. Totdat het niet meer voldoet, dan worden deze zaken afgedankt.
De moderne terrorist waar de conservatief in 2007 rekening mee moet houden is diegene die meehuilt met alles wat klassiek, conservatief, rechts of behoudend is, maar ondertussen een eigen agenda hanteert. Het is de André Rouvoet die in naam van de afgewezen asielzoekers de grondwet en het staatsrecht vloert. Het is een kardinaal Danneels die in naam van de humaniteit zijn Rooms-katholieke kerk afbreekt. Het is een Guy Verhofstadt die zijn oude rechtse vrienden in naam van de vrijheid het leven politiek onmogelijk wil maken. Het zijn neoconservatieven als Leon de Winter en Afshin Ellian die in naam van de vooruitgang en de Verlichting het volk, de beschaving, de godsdienst en de cultuur willen vernietigen.
Autonoom ten aanzien van onze geschiedenis, de natuurlijke en bovennatuurlijke orde, van het volk en van het verbond van onze voorvaderen, is hun enige doel het destabiliseren en verzwakken van onze beschaving. Hun ideaal is een vacuüm waarin deze machtsdenkers hun slag kunnen slaan. Met hun politiek van goede bedoelingen, zaaien ze een sfeer van weerzin en achterdocht ten opzichte van ons christelijke verleden, ten opzichte van de strijd die onze voorouders hebben gestreden, ten opzichte van de traditionele structuren die onze cultuur eeuwenlang hebben gedragen.
De ware terrorist is in het jaar 2007 geen fundamentalistische Afghaan, maar een beschaafd ogende Nederlander, Belg, Vlaming of Europeaan. Sommigen roepen al argwaan op bij hun verschijning: socialisten, groenen en soortgelijk volk. Hun mogelijkheden van terreur zijn daarom beperkt. Het zijn de zogenaamde "medestaanders" die de conservatief het meest moet vrezen: de neoconservatieven. Want als kenner van het conservatieve, religieuze en traditionele denken weet de neoconservatief immers waar hij zijn tanden in moet zetten. Waar een Al-Qaida ongericht vernielingen aanricht, zijn de acties van de neocons gericht. Ze weten waar ze hun pijlen op moeten richten. In naam van Allah en/of de Verlichting moeten Europa, volk, christendom, huwelijk en familie eerst worden losgemaakt van elkaar, om daarna stuk voor stuk te worden verkruimeld.
Terrorisme anno 2007 is de terreur van de goede bedoelingen. Het is de terreur van de totale bevrijding. Bevrijd van verleden, religie, bloedband en orde streeft dit nieuwe terrorisme een wereld na waarin iedereen zorgeloos kan voortleven. Maar wel na te zijn gehersenspoeld tot een Verlicht creatuur. En onder de hoede van de Verlichtingsautonomen, dat ook.
Ik wens u daarom een voorspoedig en oplettend 2007.
Lees verder...
Labels:
maatschappij,
nederland
woensdag 13 december 2006
BURGERSCHAP IN EEN HARTELOZE WERELD
Volgens de zeventiende-eeuwse Italiaan Giambattista Vico heeft een beschaving twee kenmerken. Kinderen weten wie hun ouders zijn en de doden worden begraven. Waar dit niet meer gebeurt, houdt een cultuur op een beschaving te zijn. In onze wereld waarin kinderen en ouders van elkaar vervreemden en zowel doden, ouders als de traditie monddood zijn gemaakt, is dit het geval. De beschaving maakt plaats voor een koude, harteloze wereld. Er is geen normaal mens die dit wil. Maar wat valt er tegen te doen? Het conservatieve antwoord zet in bij de weerbare burger. Waar is deze sterke burger waar iedere politicus de mond vol van heeft?
Wie conservatief is ingesteld, is voor een weerbaar en sterk burgerschap. Zonder burgers vervalt het recht van bestaan van de Westerse cultuur. Want de Europese burger staat voor verantwoordelijkheid en is iemand die vanouds doordrongen is van het algemene belang. De burger leeft nooit louter en alleen voor zichzelf, maar leeft zelf ten bate van zijn familie, zijn vrouw en kinderen en zijn volk en gemeenschap. Het is deze burger die onder vuur ligt; de socialisten, liberalen en democraten zien namelijk niets in de burger. De klassieke burger is een bedreiging voor onze moderne samenleving. Daarom moet hij verdwijnen.
Dat de burger bij de holle vaten van de moderniteit hoort, was de laatste tijd goed te horen tijdens de jongste verkiezingen in zowel in Nederland als in België. Beloften en beschuldigingen dat beloften niet zijn nagekomen tuimelden over elkaar heen. Nieuwe problemen worden aangedragen samen met nieuwe oplossingen. En waar men ook de vol van had was het burgerschap.
De burger is een vast ingrediënt van de politiek. Deze politiek bemoeit zich met de burger zoals de politiek zich met alles in ons leven bemoeit. Wie de kranten openslaat leest voortdurend uitspraken van politici die diep ingrijpen in de levenssfeer van burgers en locale gemeenschappen. De arbeidsparticipatie van vrouwen, langer doorwerken na je 65e, het steunen van de krantenmedia, integratie binnen wijken, het aanleren van tolerantie in onderwijsprogramma’s. Steeds weer klinkt vanuit de politiek de boodschap dat de burger het zelf niet kan, en dat de burger zelf niets doet en niets wil. Dus doet de overheid het maar weer. En ze doet dit met een volmacht om desnoods hard in te grijpen in de levenssfeer van de burgers zelf.
Verzwakking
Onze cultuur raakt meer en meer gepolitiseerd. Problemen die voorheen door de mensen zelf of met directe naasten werden opgelost, worden nu in de handen van de overheid gelegd. Maar niet alleen de cultuur raakt gepolitiseerd, ook de burger raakt steeds meer in de greep van de politiek. De burger doet alles, de staat bepaalt alles. Er is dus sprake van een structurele verzwakking van de burger. Alles wordt hem uit handen genomen. Hij wordt gegijzeld door de goede intenties van de politiek. En om te geloven dat we nog steeds zelf verantwoordelijk zijn, gelooft de moderne burger in de mythe dat de overheid het beste met hem voor heeft. De staat houdt zich bezig met voedselveiligheid, met verkeersveiligheid, met de kwaliteit van de taxichauffeurs, met uw pensioenleeftijd, met de stoeptegels voor uw huis.
Voortdurend is er vanuit de politiek de suggestie: als wij er niet meer zijn, vervalt u tot misère. Voortdurend wekt de politiek de suggestie dat een normale samenleving er één is van dieven en verkrachters. Waren tot ver na de Tweede Wereldoorlog veel huizen niet op slot, vandaag is alles zwaar bewaakt en zijn we omgetoverd in een land van dieven en rovers. Zonder staat wordt u overvallen, slaat u elkaar de hersens in, en is er geen onderwijs – dat wil men de burger tenminste doen geloven.
Politisering en democratisering gaan hand in hand. Wanneer het politieke ergens de hand op legt, klinkt al gauw de roep om de democratisering. Alles wat beheerst wordt, geregeld wordt door de overheid, dient gecontroleerd te worden. En controle dient democratisch te geschieden. Verantwoording moet er opeens worden afgelegd aan democratisch aangestelde vertegenwoordigers, lichamen en bestuurders. Elke stap van democratische controle gaat gepaard met het uitkleden van de burger.
Zowel de politiek als de democratie staan vijandig tegenover de burger. Het volk wil eigenlijk geen politiek. Politiek is abnormaal. De politiek ontstaat wanneer de verantwoordelijkheden van de burger zich losmaken van het leven van de burger zelf. Als iedereen zich met een aspect van jouw leven mag bemoeien, is dat aspect onderdeel geworden van het politieke. Een gezond mens wil dat van nature niet. De gezonde samenleving is dan ook apolitiek.
Want gezonde burgers zijn niet bezig met politiek, maar met de vanzelfsprekendheid van het leven. Waar de politiek zich bezig houdt met voorlichting over seksualiteit, houdt de burger zich bezig met het vinden van een goede levensgezel en met het krijgen van kinderen. Waar de burger de opvoeding van zijn kinderen zelf ter hand neemt, houdt de politiek zich bezig met de vraag in hoeverre onze kinderen moeten integreren met allochtone kinderen.
Aantasting
Omdat de politiek niet bij machte is het leven zelf te bepalen, doet ze niets anders dan maatregelen nemen om het leven aan te tasten. De moderne verantwoordelijkheid van de burger is deze: dat we verantwoordelijk zijn voor dat wat de overheid ons opdraagt te doen.
Waar de gezonde samenleving het gemeenschapsleven weerspiegelt, staat de politiek vijandig ten opzichte van dat gemeenschapsleven. Gemeenschap werkt integratie immers niet in de hand. Gemeenschap bevestigt namelijk rolpatronen terwijl volgens de politiek de mensen juist moeten worden losgemaakt uit hun patronen. Een gemeenschap koestert en bewaart traditie en waarden, terwijl politiek juist met standaardprocedures en algemene wetten de culturele en plaatselijke verschillen probeert te omzeilen.
De democratie heft de grenzen op die het klassieke burgerbestaan kenmerkten, om zo een collectieve realiteit te vormen. Als er geen grenzen zijn, is iedere burger volledig vastgelijmd aan de grillen van zijn medeburgers. Het socialisme heeft dat goed begrepen. Een mens die voor alles en iedereen verantwoordelijk wordt gemaakt, verliest zijn verantwoordelijkheden aan processen, bestuurders en deskundigen. Het zogenaamde integratiedebat is een goed voorbeeld hoe men sjoemelt met wederzijdse afhankelijkheid die omslaat in de collectiviteitsdwang van "we hebben elkaar nodig, zitten in hetzelfde schuitje". En daarbij maakt het niet uit of men liberaal of socialistisch denkt.
De socialistische manier om de burger af te schaffen is: hef de verschillen tussen de mensen op en vorm ze om tot collectief. Het liberale principe is: maak mensen allemaal onderling afhankelijk ten behoeve van vrede, vrijhandel en beschaving, en je voorkomt oorlog, godsdiensttwist en armoede. Beide vormen zijn een aanval van het zelfvoorzienend karakter van de burger. Maar zelfvoorziening is de grondtrek van elke burger die hij meeneemt in het maatschappelijke en gemeenschappelijke verkeer.
Maar wie zoals de liberalen en de socialisten de burger wegsnijdt uit de samenleving, creëert een samenleving zonder hart. In de burger worden alle grondtrekken zichtbaar van een gezonde westerse beschaving: gemeenschapszin, ondernemerschap, opofferingsgezindheid, weerbaarheid, rechtsgevoel en rechtshandhaving, moreel en religieus besef, familiezin, huwelijkstrouw en zelfvoorziening.
De burger wekt zijn omgeving tot leven. Als hart van de samenleving is hij in zijn ondernemingszin een vitale figuur voor zijn werknemers en vakbroeders. Als vader en echtgenoot draagt hij altijd het belang van vrouw, kinderen en familie in zich om wanneer hij op pad gaat.
Waar de verschillende levensterreinen, levensfuncties en verantwoordelijkheden dicht bij elkaar liggen, zoals bij de burger, kan dat omdat het hart – het centrum – van deze dingen hierop in is gesteld. Waar het hart wordt weggesneden zie je tegenovergestelde processen. Levensfuncties scheiden zich af en creëren niet alleen een dood centrum, maar doden uiteindelijk ook de ledematen.
Wie als tweeverdieners alle zaken zoals opvoeding, koken, boodschappen doen, ontspanning en de hond uitlaten uitbesteedt, creëert een huis zonder hart. In het huis wordt er niet geleefd omdat iedereen een eigen eenzaam leven leidt. Wie als stad alle functies opdeelt in bedrijventerreinen, kantoorgebieden, woonwijken, winkelcentra en bejaardeneilanden, creëert overdag niet alleen doodse buitenwijken, maar maakt het stadscentrum doods. Hier wordt niet gewoond en niet geleefd, maar toch is het er altijd een drukte van belang. Zoals een volle zak met knikkers. Vol met mensen die de monotone winkelketens afstruinen terwijl ze volgens onderzoekers steeds minder tijd hebben om op visite te gaan en om vrienden te maken. En wie als bedrijf zijn bedrijfsonderdelen opdeelt in zelfstandige bedrijfsunits, maakt van de holding een centrum voor planning & control; zonder band met producten, mensen en klanten wordt het centrum een plek waar managers de agenda beheren.
De centra van ons land, onze steden, onze huizen en van onze bedrijven raakt leeg. En het moet in naam van de democratie leeg blijven. Het is opvallend dat de laatste tijd zelfs progressieven en zelfverklaarde liberalen bij monde van de neoconservatieve politieke filosoof Claude Lefort zeggen dat het centrum van de macht leeg is en leeg moet blijven. Het hart is gevaarlijk voor politici die grip willen houden op de dingen. En om macht te houden, maakt de politiek van de burger een politicus. Ouders moeten managers worden van hun leven, werknemers van hun carrière en bestuurders van hun gemeentes. Maar nooit mag er een vast centrum zijn waarin cultuur, normen en waarden en andere zaken vastliggen. Het hart moet uit de samenleving worden gesneden.
Herstel
Om de maatschappij weer een hart te geven moet het burgerschap worden hersteld. Maar de burger is afgeschaft door het liberalisme en de liberale democratie. Liberalisme is het project van de moderne tijd om de burger te elimineren. Net als het socialisme dat is.
Juist vanwege de kracht van het klassieke burgerschap hebben de liberalen het begrip gekaapt om er een non-betekenis aan te geven. En hebben de socialisten er een scheldwoord van gemaakt: “burgerlijk”. De burger is in onze rechtsstaat gecorrumpeerd tot onderhorig stemvee. Waar de eigen verantwoordelijkheid en het algemeen belang centraal staan voor de burger, maakt de liberale democratie van de samenleving een optelsom van eigenbelang zonder verder te kijken dan je neus lang is.
De democratie maakt de verantwoordelijkheid van de burger los van de gevolgen die zijn daden kunnen hebben. Je kunt trouwen zonder trouw te zijnen te blijven. Je kunt geen kinderen willen krijgen, en toch later verzorgd worden door kinderen van hen die wel zo gek waren voor kinderen te kiezen in plaats van een carrière nu, en een mooi pensioen en een luxe verpleeghuis straks wanneer we oud zijn geworden. Je kunt de moraal in je eigen leven afschaffen en de rechters en maatschappelijk werkers het werk laten doen. Je kunt pacifist zijn en ondertussen politieagenten en militairen opofferen voor “de goede zaak”.
De moderne burger moet vooral goed voor zichzelf zorgen. En dit eigenbelang maakt hem blind, manipuleerbaar en kwetsbaar zonder dat hij het in de gaten heeft. Moet hij kiezen tussen zijn levensgeluk en dat van zijn vrouw en kinderen, dan kiest de moderne burger voor zichzelf. Moet je kiezen tussen minder winst en de laatste arbeidsjaren van je oudere werknemers, dan kies je voor de winstgevendheid.
Dat is niet erg. Mensen moeten vooral geen burgerschap tonen. Want een sterke burger kent sterke verplichtingen, leeft in sterke verbanden en is onlosmakelijk verbonden met zijn verwanten, zijn gemeenschapsleden, zijn idealen en zijn territorium. Wie de banden bedreigt, krijgt dus met de sterke burger van doen. En dat is gevaarlijk voor een maatschappij die leeft van mobiliteit, arbeidsdeling en overdracht van bevoegdheden aan het democratische proces. Voor deze maatschappij is een gebonden mens een potentiële opstandeling. En is iemand met een eigen territorium per definitie gevaarlijk.
De laatste burger is een eenzame burger. Het welvaartsdenken, de directe democratie en de warme deken van de verzorgingsstaat hebben de laatste burger opgezadeld met een harteloze wereld. Het hem opgedrongen leven van langer werken en toenemende mobiliteit hebben hem vervreemd van zijn kinderen, hebben zijn huwelijk spaak doen lopen, lieten hem geen tijd om vriendschappen te onderhouden.
Aan het einde van de geschiedenis is de laatste mens allesbehalve een burger. Hij is de perfecte mix van aan elkaar gelijmde liberale, socialistische, democratische en kapitalistische brokstukjes van de westerse cultuur. De burger is een relict uit een oude tijd, uit een wereld van voor de democratische rechtsstaat van onze moderne tijd. Toen de burger nog bestond, was hij geen individu maar een gemeenschapsmens. Toen de burger werd afgeschaft, was hij allesbehalve een mens. Wie de burger ontdekt en in ere herstelt, redt de menselijkheid. Aan conservatieven is de taak deze opdracht ter harte te nemen.
Leessugesties
Leessuggesties:Christopher Lasch, Haven in een harteloze wereld, Amsterdam 1981
Kenneth S. Templeton Jr. (ed.), The Politicization of Society, Indianapolis, IN, 1979
Roger Scruton, Het Westen en de Islam: over globalisering en terrorisme, Amsterdam/Antwerpen, 2004
Citaten
“Het verval van de maatschappij gaat gepaard met ontbindingsverschijnselen op het gebied van het geestelijke en morele leven, in de ziel van ieder mens, in de familie zelf, in het onderwijs, in de ethische oriëntering, in wetenschap en kunst en ook in die moeilijk te waarderen regionen van het geloof, de overtuiging en de verering. Tegelijk met het verval van de familie krijgt men het verlies van het gevoel van generatie, zodat de enkeling niet alleen het oriënteringsgevoel in de levende gemeenschap kwijt raakt, maar ook het gevoel voor de tijdsopvolging van doden, levenden en nakomelingen, zodat de volgende woorden van Edmund Burke toepasselijk wordt op hem: Lieden, die nooit aan hun voorvaderen denken, zullen ook wel geen gedachten aan het nageslacht wijden.” (Wilhelm Röpke, in Civitas Humana)
De burger en de republiek
Het burgerschap is een begrip dat stamt van voor de tijd van de democratie en de vrije markt. De burger is verbonden met de stadstaat en koppelde het horen bij een stad en het deelnemen aan de stadsgemeenschap aan de rechten die hiermee gepaard gingen. Zowel in de middeleeuwse stad als in de Romeinse Republiek speelde het burgerschap een grote rol. Het conservatieve denken ziet in de burger alle componenten van de Republiek: zelfredzaamheid, weerbaarheid, gemeenschapsbinding en moreel en religieus besef. In de burger komen alle belangrijke bronnen van de Europese traditie bij elkaar: de christelijke, de klassieke en de Germaanse. Samen dragen deze bronnen bij aan de synthese van de Europese cultuur. Het Germaanse denken heeft met haar nadruk op gemeenschap (stam) en eer de bedding gelegd voor de bevruchting door het christendom die met haar nadruk op gewetensvorming en de uniciteit van de menselijke persoon gebruik maakte van de klassieke middelen en inzichten op het gebied van institutievorming en cultuuroverdracht. Het klassieke liberalisme heeft haar succes voor een groot deel te danken aan deze voor-kapitalistische en voor-democratische burger. Pijnlijk is het nu om te zien hoe in onze tijd datzelfde liberalisme nu de burger verslindt.
Los Angeles en een wereld zonder hart
De Groningse filosoof en ex-hoogleraar popmuziek René Boomkens vergelijkt zijn ideale samenleving met de stad Los Angeles. Wie de kaart van deze Californische metropool bekijkt ziet volgens hem veel wegen en verbindingen, maar geen stadscentrum. Waar Claude Lefort een politiek zonder hart bepleit, doet Boomkens hetzelfde wat betreft de cultuur en de inrichting van de stad. Boomkens en Lefort vervangen de mens die verantwoording aflegt van zijn daden aan het “centrum” in zijn leven en zijn bestaan door een reeks willekeurige beslissingen van het moment. Zo wordt er door denkers als hen een nieuwe infrastructuur geschapen voor onze levens: overal moet het centrum leeg worden. Met behulp van de verzorgingsstaat, de vrijemarkteconomie en de directe democratie trekt de moderne cultuur alle verbanden uit elkaar en maakt van de burger een lachwekkend schouwspel. Daarbij gaat slim te werk. “Los Angeles” gebruikt elk succes van de ondernemende burger om deze burger te verzwakken. Wanneer een burger welvaart nastreeft, zet de overheid een beleid in om op lange termijn deze welvaart te garanderen (om zo de verzorgingsstaat te kunnen betalen). Door alles met alles samen te laten hangen wordt de burger steeds meer onderdeel van een groot radarwerk. “Los Angeles” voedt zich met burgers en transformeert ze tot mensen zonder hart.
Wie conservatief is ingesteld, is voor een weerbaar en sterk burgerschap. Zonder burgers vervalt het recht van bestaan van de Westerse cultuur. Want de Europese burger staat voor verantwoordelijkheid en is iemand die vanouds doordrongen is van het algemene belang. De burger leeft nooit louter en alleen voor zichzelf, maar leeft zelf ten bate van zijn familie, zijn vrouw en kinderen en zijn volk en gemeenschap. Het is deze burger die onder vuur ligt; de socialisten, liberalen en democraten zien namelijk niets in de burger. De klassieke burger is een bedreiging voor onze moderne samenleving. Daarom moet hij verdwijnen.
Dat de burger bij de holle vaten van de moderniteit hoort, was de laatste tijd goed te horen tijdens de jongste verkiezingen in zowel in Nederland als in België. Beloften en beschuldigingen dat beloften niet zijn nagekomen tuimelden over elkaar heen. Nieuwe problemen worden aangedragen samen met nieuwe oplossingen. En waar men ook de vol van had was het burgerschap.
De burger is een vast ingrediënt van de politiek. Deze politiek bemoeit zich met de burger zoals de politiek zich met alles in ons leven bemoeit. Wie de kranten openslaat leest voortdurend uitspraken van politici die diep ingrijpen in de levenssfeer van burgers en locale gemeenschappen. De arbeidsparticipatie van vrouwen, langer doorwerken na je 65e, het steunen van de krantenmedia, integratie binnen wijken, het aanleren van tolerantie in onderwijsprogramma’s. Steeds weer klinkt vanuit de politiek de boodschap dat de burger het zelf niet kan, en dat de burger zelf niets doet en niets wil. Dus doet de overheid het maar weer. En ze doet dit met een volmacht om desnoods hard in te grijpen in de levenssfeer van de burgers zelf.
Verzwakking
Onze cultuur raakt meer en meer gepolitiseerd. Problemen die voorheen door de mensen zelf of met directe naasten werden opgelost, worden nu in de handen van de overheid gelegd. Maar niet alleen de cultuur raakt gepolitiseerd, ook de burger raakt steeds meer in de greep van de politiek. De burger doet alles, de staat bepaalt alles. Er is dus sprake van een structurele verzwakking van de burger. Alles wordt hem uit handen genomen. Hij wordt gegijzeld door de goede intenties van de politiek. En om te geloven dat we nog steeds zelf verantwoordelijk zijn, gelooft de moderne burger in de mythe dat de overheid het beste met hem voor heeft. De staat houdt zich bezig met voedselveiligheid, met verkeersveiligheid, met de kwaliteit van de taxichauffeurs, met uw pensioenleeftijd, met de stoeptegels voor uw huis.
Voortdurend is er vanuit de politiek de suggestie: als wij er niet meer zijn, vervalt u tot misère. Voortdurend wekt de politiek de suggestie dat een normale samenleving er één is van dieven en verkrachters. Waren tot ver na de Tweede Wereldoorlog veel huizen niet op slot, vandaag is alles zwaar bewaakt en zijn we omgetoverd in een land van dieven en rovers. Zonder staat wordt u overvallen, slaat u elkaar de hersens in, en is er geen onderwijs – dat wil men de burger tenminste doen geloven.
Politisering en democratisering gaan hand in hand. Wanneer het politieke ergens de hand op legt, klinkt al gauw de roep om de democratisering. Alles wat beheerst wordt, geregeld wordt door de overheid, dient gecontroleerd te worden. En controle dient democratisch te geschieden. Verantwoording moet er opeens worden afgelegd aan democratisch aangestelde vertegenwoordigers, lichamen en bestuurders. Elke stap van democratische controle gaat gepaard met het uitkleden van de burger.
Zowel de politiek als de democratie staan vijandig tegenover de burger. Het volk wil eigenlijk geen politiek. Politiek is abnormaal. De politiek ontstaat wanneer de verantwoordelijkheden van de burger zich losmaken van het leven van de burger zelf. Als iedereen zich met een aspect van jouw leven mag bemoeien, is dat aspect onderdeel geworden van het politieke. Een gezond mens wil dat van nature niet. De gezonde samenleving is dan ook apolitiek.
Want gezonde burgers zijn niet bezig met politiek, maar met de vanzelfsprekendheid van het leven. Waar de politiek zich bezig houdt met voorlichting over seksualiteit, houdt de burger zich bezig met het vinden van een goede levensgezel en met het krijgen van kinderen. Waar de burger de opvoeding van zijn kinderen zelf ter hand neemt, houdt de politiek zich bezig met de vraag in hoeverre onze kinderen moeten integreren met allochtone kinderen.
Aantasting
Omdat de politiek niet bij machte is het leven zelf te bepalen, doet ze niets anders dan maatregelen nemen om het leven aan te tasten. De moderne verantwoordelijkheid van de burger is deze: dat we verantwoordelijk zijn voor dat wat de overheid ons opdraagt te doen.
Waar de gezonde samenleving het gemeenschapsleven weerspiegelt, staat de politiek vijandig ten opzichte van dat gemeenschapsleven. Gemeenschap werkt integratie immers niet in de hand. Gemeenschap bevestigt namelijk rolpatronen terwijl volgens de politiek de mensen juist moeten worden losgemaakt uit hun patronen. Een gemeenschap koestert en bewaart traditie en waarden, terwijl politiek juist met standaardprocedures en algemene wetten de culturele en plaatselijke verschillen probeert te omzeilen.
De democratie heft de grenzen op die het klassieke burgerbestaan kenmerkten, om zo een collectieve realiteit te vormen. Als er geen grenzen zijn, is iedere burger volledig vastgelijmd aan de grillen van zijn medeburgers. Het socialisme heeft dat goed begrepen. Een mens die voor alles en iedereen verantwoordelijk wordt gemaakt, verliest zijn verantwoordelijkheden aan processen, bestuurders en deskundigen. Het zogenaamde integratiedebat is een goed voorbeeld hoe men sjoemelt met wederzijdse afhankelijkheid die omslaat in de collectiviteitsdwang van "we hebben elkaar nodig, zitten in hetzelfde schuitje". En daarbij maakt het niet uit of men liberaal of socialistisch denkt.
De socialistische manier om de burger af te schaffen is: hef de verschillen tussen de mensen op en vorm ze om tot collectief. Het liberale principe is: maak mensen allemaal onderling afhankelijk ten behoeve van vrede, vrijhandel en beschaving, en je voorkomt oorlog, godsdiensttwist en armoede. Beide vormen zijn een aanval van het zelfvoorzienend karakter van de burger. Maar zelfvoorziening is de grondtrek van elke burger die hij meeneemt in het maatschappelijke en gemeenschappelijke verkeer.
Maar wie zoals de liberalen en de socialisten de burger wegsnijdt uit de samenleving, creëert een samenleving zonder hart. In de burger worden alle grondtrekken zichtbaar van een gezonde westerse beschaving: gemeenschapszin, ondernemerschap, opofferingsgezindheid, weerbaarheid, rechtsgevoel en rechtshandhaving, moreel en religieus besef, familiezin, huwelijkstrouw en zelfvoorziening.
De burger wekt zijn omgeving tot leven. Als hart van de samenleving is hij in zijn ondernemingszin een vitale figuur voor zijn werknemers en vakbroeders. Als vader en echtgenoot draagt hij altijd het belang van vrouw, kinderen en familie in zich om wanneer hij op pad gaat.
Waar de verschillende levensterreinen, levensfuncties en verantwoordelijkheden dicht bij elkaar liggen, zoals bij de burger, kan dat omdat het hart – het centrum – van deze dingen hierop in is gesteld. Waar het hart wordt weggesneden zie je tegenovergestelde processen. Levensfuncties scheiden zich af en creëren niet alleen een dood centrum, maar doden uiteindelijk ook de ledematen.
Wie als tweeverdieners alle zaken zoals opvoeding, koken, boodschappen doen, ontspanning en de hond uitlaten uitbesteedt, creëert een huis zonder hart. In het huis wordt er niet geleefd omdat iedereen een eigen eenzaam leven leidt. Wie als stad alle functies opdeelt in bedrijventerreinen, kantoorgebieden, woonwijken, winkelcentra en bejaardeneilanden, creëert overdag niet alleen doodse buitenwijken, maar maakt het stadscentrum doods. Hier wordt niet gewoond en niet geleefd, maar toch is het er altijd een drukte van belang. Zoals een volle zak met knikkers. Vol met mensen die de monotone winkelketens afstruinen terwijl ze volgens onderzoekers steeds minder tijd hebben om op visite te gaan en om vrienden te maken. En wie als bedrijf zijn bedrijfsonderdelen opdeelt in zelfstandige bedrijfsunits, maakt van de holding een centrum voor planning & control; zonder band met producten, mensen en klanten wordt het centrum een plek waar managers de agenda beheren.
De centra van ons land, onze steden, onze huizen en van onze bedrijven raakt leeg. En het moet in naam van de democratie leeg blijven. Het is opvallend dat de laatste tijd zelfs progressieven en zelfverklaarde liberalen bij monde van de neoconservatieve politieke filosoof Claude Lefort zeggen dat het centrum van de macht leeg is en leeg moet blijven. Het hart is gevaarlijk voor politici die grip willen houden op de dingen. En om macht te houden, maakt de politiek van de burger een politicus. Ouders moeten managers worden van hun leven, werknemers van hun carrière en bestuurders van hun gemeentes. Maar nooit mag er een vast centrum zijn waarin cultuur, normen en waarden en andere zaken vastliggen. Het hart moet uit de samenleving worden gesneden.
Herstel
Om de maatschappij weer een hart te geven moet het burgerschap worden hersteld. Maar de burger is afgeschaft door het liberalisme en de liberale democratie. Liberalisme is het project van de moderne tijd om de burger te elimineren. Net als het socialisme dat is.
Juist vanwege de kracht van het klassieke burgerschap hebben de liberalen het begrip gekaapt om er een non-betekenis aan te geven. En hebben de socialisten er een scheldwoord van gemaakt: “burgerlijk”. De burger is in onze rechtsstaat gecorrumpeerd tot onderhorig stemvee. Waar de eigen verantwoordelijkheid en het algemeen belang centraal staan voor de burger, maakt de liberale democratie van de samenleving een optelsom van eigenbelang zonder verder te kijken dan je neus lang is.
De democratie maakt de verantwoordelijkheid van de burger los van de gevolgen die zijn daden kunnen hebben. Je kunt trouwen zonder trouw te zijnen te blijven. Je kunt geen kinderen willen krijgen, en toch later verzorgd worden door kinderen van hen die wel zo gek waren voor kinderen te kiezen in plaats van een carrière nu, en een mooi pensioen en een luxe verpleeghuis straks wanneer we oud zijn geworden. Je kunt de moraal in je eigen leven afschaffen en de rechters en maatschappelijk werkers het werk laten doen. Je kunt pacifist zijn en ondertussen politieagenten en militairen opofferen voor “de goede zaak”.
De moderne burger moet vooral goed voor zichzelf zorgen. En dit eigenbelang maakt hem blind, manipuleerbaar en kwetsbaar zonder dat hij het in de gaten heeft. Moet hij kiezen tussen zijn levensgeluk en dat van zijn vrouw en kinderen, dan kiest de moderne burger voor zichzelf. Moet je kiezen tussen minder winst en de laatste arbeidsjaren van je oudere werknemers, dan kies je voor de winstgevendheid.
Dat is niet erg. Mensen moeten vooral geen burgerschap tonen. Want een sterke burger kent sterke verplichtingen, leeft in sterke verbanden en is onlosmakelijk verbonden met zijn verwanten, zijn gemeenschapsleden, zijn idealen en zijn territorium. Wie de banden bedreigt, krijgt dus met de sterke burger van doen. En dat is gevaarlijk voor een maatschappij die leeft van mobiliteit, arbeidsdeling en overdracht van bevoegdheden aan het democratische proces. Voor deze maatschappij is een gebonden mens een potentiële opstandeling. En is iemand met een eigen territorium per definitie gevaarlijk.
De laatste burger is een eenzame burger. Het welvaartsdenken, de directe democratie en de warme deken van de verzorgingsstaat hebben de laatste burger opgezadeld met een harteloze wereld. Het hem opgedrongen leven van langer werken en toenemende mobiliteit hebben hem vervreemd van zijn kinderen, hebben zijn huwelijk spaak doen lopen, lieten hem geen tijd om vriendschappen te onderhouden.
Aan het einde van de geschiedenis is de laatste mens allesbehalve een burger. Hij is de perfecte mix van aan elkaar gelijmde liberale, socialistische, democratische en kapitalistische brokstukjes van de westerse cultuur. De burger is een relict uit een oude tijd, uit een wereld van voor de democratische rechtsstaat van onze moderne tijd. Toen de burger nog bestond, was hij geen individu maar een gemeenschapsmens. Toen de burger werd afgeschaft, was hij allesbehalve een mens. Wie de burger ontdekt en in ere herstelt, redt de menselijkheid. Aan conservatieven is de taak deze opdracht ter harte te nemen.
Leessugesties
Leessuggesties:Christopher Lasch, Haven in een harteloze wereld, Amsterdam 1981
Kenneth S. Templeton Jr. (ed.), The Politicization of Society, Indianapolis, IN, 1979
Roger Scruton, Het Westen en de Islam: over globalisering en terrorisme, Amsterdam/Antwerpen, 2004
Citaten
“Het verval van de maatschappij gaat gepaard met ontbindingsverschijnselen op het gebied van het geestelijke en morele leven, in de ziel van ieder mens, in de familie zelf, in het onderwijs, in de ethische oriëntering, in wetenschap en kunst en ook in die moeilijk te waarderen regionen van het geloof, de overtuiging en de verering. Tegelijk met het verval van de familie krijgt men het verlies van het gevoel van generatie, zodat de enkeling niet alleen het oriënteringsgevoel in de levende gemeenschap kwijt raakt, maar ook het gevoel voor de tijdsopvolging van doden, levenden en nakomelingen, zodat de volgende woorden van Edmund Burke toepasselijk wordt op hem: Lieden, die nooit aan hun voorvaderen denken, zullen ook wel geen gedachten aan het nageslacht wijden.” (Wilhelm Röpke, in Civitas Humana)
De burger en de republiek
Het burgerschap is een begrip dat stamt van voor de tijd van de democratie en de vrije markt. De burger is verbonden met de stadstaat en koppelde het horen bij een stad en het deelnemen aan de stadsgemeenschap aan de rechten die hiermee gepaard gingen. Zowel in de middeleeuwse stad als in de Romeinse Republiek speelde het burgerschap een grote rol. Het conservatieve denken ziet in de burger alle componenten van de Republiek: zelfredzaamheid, weerbaarheid, gemeenschapsbinding en moreel en religieus besef. In de burger komen alle belangrijke bronnen van de Europese traditie bij elkaar: de christelijke, de klassieke en de Germaanse. Samen dragen deze bronnen bij aan de synthese van de Europese cultuur. Het Germaanse denken heeft met haar nadruk op gemeenschap (stam) en eer de bedding gelegd voor de bevruchting door het christendom die met haar nadruk op gewetensvorming en de uniciteit van de menselijke persoon gebruik maakte van de klassieke middelen en inzichten op het gebied van institutievorming en cultuuroverdracht. Het klassieke liberalisme heeft haar succes voor een groot deel te danken aan deze voor-kapitalistische en voor-democratische burger. Pijnlijk is het nu om te zien hoe in onze tijd datzelfde liberalisme nu de burger verslindt.
Los Angeles en een wereld zonder hart
De Groningse filosoof en ex-hoogleraar popmuziek René Boomkens vergelijkt zijn ideale samenleving met de stad Los Angeles. Wie de kaart van deze Californische metropool bekijkt ziet volgens hem veel wegen en verbindingen, maar geen stadscentrum. Waar Claude Lefort een politiek zonder hart bepleit, doet Boomkens hetzelfde wat betreft de cultuur en de inrichting van de stad. Boomkens en Lefort vervangen de mens die verantwoording aflegt van zijn daden aan het “centrum” in zijn leven en zijn bestaan door een reeks willekeurige beslissingen van het moment. Zo wordt er door denkers als hen een nieuwe infrastructuur geschapen voor onze levens: overal moet het centrum leeg worden. Met behulp van de verzorgingsstaat, de vrijemarkteconomie en de directe democratie trekt de moderne cultuur alle verbanden uit elkaar en maakt van de burger een lachwekkend schouwspel. Daarbij gaat slim te werk. “Los Angeles” gebruikt elk succes van de ondernemende burger om deze burger te verzwakken. Wanneer een burger welvaart nastreeft, zet de overheid een beleid in om op lange termijn deze welvaart te garanderen (om zo de verzorgingsstaat te kunnen betalen). Door alles met alles samen te laten hangen wordt de burger steeds meer onderdeel van een groot radarwerk. “Los Angeles” voedt zich met burgers en transformeert ze tot mensen zonder hart.
Lees verder...
Labels:
cultuur,
rechtsstaat
donderdag 23 november 2006
Het land van de rode koe
De verkiezingsuitslag maakt duidelijk dat Nederland niet geregeerd wil worden. Het gedrag van de linkse partijen maakt meer duidelijk: de volgende verkiezingen komen eraan. Het land van de rode koe voert liever campagnes dan dat het regeert.
Waar het politieke fatsoen ligt in Nederland is duidelijk: nergens en een beetje bij rechts. Dit werd duidelijk in de aanloop naar de verkiezingen; op de verkiezingsavond na het binnenkomen van de uitslagen werd het helemaal duidelijk. De schimpscheuten richting CDA, VVD en rechtse kiezers gingen bij de linkse partijen gewoon door. A-sociaal, koud en kil zijn ze daar in rechts Nederland, zo waren de vriendelijke woorden.
Waar Balkenende jarenlang een beschadigingscampagne heeft moeten ondergaan door linkse politici en media, en daar rustig onder is gebleven, is links Nederland doorgedraaid. Het landsbelang telt opeens niet meer. Het land hoeft niet geregeerd te worden. De SP sloot voor de verkiezingen het CDA uit (en daarmee VVD en PVV).
De PvdA benadrukte de laatste dagen van de verkiezingen keer op keer de onoverbrugbare verschillen met het CDA. Dat dit geen verkiezingsrethoriek was bleek gisteravond toen de PvdA gewoon doorging met haar aanvallen richting de christendemocraten. Verder maakte de ChristenUnie duidelijk dat de nummer 2 van de VVD, Rita Verdonk, voor haar een onoverkomelijk probleem zou zijn en dat regeren met de PVV geheel buiten de orde van de ChristenUnie ligt.
Vooral het gedrag richting Wilders is onbegrijpelijk. Terwijl iedereen de felicitaties uitdeelde aan de SP, deed niemand dat aan de PVV van Wilders. Waarom niet? Omdat Wilders zijn stemmen heeft weggehaald bij hardwerkende echte Nederlanders, en niet zoals de SP (en de andere linkse partijen als PvdA en D66) bij allochtonen die samen goed bleken te zijn voor 12 (linkse) zetels?
Het volk krijgt de regering die het verdient. Maar veel moeite om tot een kabinetsformatie te komen werd er gisteren niet gedaan. Van enige toenadering was geen sprake. Links leeft bij polarisatie. En bij consolidatie van de leugen. En het fatsoen van Balkenende werd tegen hem gebruikt.
De feitelijke toestand van het land was dat jaren van paars potverteren (van PvdA èn VVD) het land nergens hadden gebracht. De banengroei bleek ambtenarengroei te zijn. De kosten voor de zorg waren geëplodeerd zonder dat de patiënt er beter van werd. De immigratie liep volkomen uit de hand. Het beleid van paars was er op gericht om door het oppompen van tweeverdienerschap en van de huizenprijzen de welvaart van ons land naar boven te stuwen, ongeacht de gevolgen voor de maatschappij. Miljarden waren er weggesmeten zonder dat duidelijk was wat deze bestedingen hadden utigericht.
Toen de economische recessie aanbrak was het geld op om de harde klappen op te kunnen vangen. Elke klap werd daardoor hard gevoeld. De rek was overal uit. Want om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen, moesten mensen zich sinds Paars het leplazarus werken. Kinderen zijn hierdoor een sociale en economische ballast geworden die problemen rond opvoeding en vergrijzing hebben versterkt.
Links heeft en had hier geen boodschap aan. Wouter Bos durfde te zeggen dat bij economische terugslag extra aandacht moet worden geschonken aan de zwakkeren. In het licht van het paarse beleid, waar hij persoonlijke mede verantwoordelijk voor was, was dit onhoudbaar. In goede tijden moet het geld worden uitgegeven aan het verminderen van de schuldenlast. Dat had paars niet gedaan. Met "na ons de zondvloed" had men een ravage aangericht die het CDA weer eens moest opruimen.
Dit ondankbare werk heeft Balkenende voortvarend gedaan. Niet dat we hem in alles zullen bijvallen, maar het is een constante: om werkelijk problemen aan te pakken is het CDA nodig. Links, maar ook VVD is in tijden van nood en in tijden van overvloed een ramp voor het land. Balkenende was met de handen op zijn rug gebonden. Hij moest het CDA omhoog tillen. Hij kon de Paarse ravage niet benoemen, omdat hij dan zijn liberale coalitiegenoot tegen de schenen zou trappen. En die deed in het begin van het kabinet immers tegen heug en meug mee?
Het fatsoen, de daadkracht en de moed van Balkenende doen er voor veel kiezers niet toe. Socialisten en liberalen hebben geen boodschap aan het landsbelang. Dikke uitkeringen, dikke auto's, christendemocraatje pesten en geen verschil meer weten tussen campagne en politiek; dit is het politieke voorland van "het land van de rode koe": Nederland.
Maar misschien hebben de linkse partijen wel gelijk: het systeem werkt gewoon niet. Misschien is het ook wel lariekoek om te verwachten dat de SP nu opeens wel met een CDA zou willen regeren. En dat een ChristenUnie met een PVV zou willen regeren. Misschien moeten we ons maar neerleggen bij een land dat niet geregeerd wordt, maar continu wordt afgebroken door links en door liberaal om daarna ondankbaar te worden hersteld door de christendemocratie.
Waar het politieke fatsoen ligt in Nederland is duidelijk: nergens en een beetje bij rechts. Dit werd duidelijk in de aanloop naar de verkiezingen; op de verkiezingsavond na het binnenkomen van de uitslagen werd het helemaal duidelijk. De schimpscheuten richting CDA, VVD en rechtse kiezers gingen bij de linkse partijen gewoon door. A-sociaal, koud en kil zijn ze daar in rechts Nederland, zo waren de vriendelijke woorden.
Waar Balkenende jarenlang een beschadigingscampagne heeft moeten ondergaan door linkse politici en media, en daar rustig onder is gebleven, is links Nederland doorgedraaid. Het landsbelang telt opeens niet meer. Het land hoeft niet geregeerd te worden. De SP sloot voor de verkiezingen het CDA uit (en daarmee VVD en PVV).
De PvdA benadrukte de laatste dagen van de verkiezingen keer op keer de onoverbrugbare verschillen met het CDA. Dat dit geen verkiezingsrethoriek was bleek gisteravond toen de PvdA gewoon doorging met haar aanvallen richting de christendemocraten. Verder maakte de ChristenUnie duidelijk dat de nummer 2 van de VVD, Rita Verdonk, voor haar een onoverkomelijk probleem zou zijn en dat regeren met de PVV geheel buiten de orde van de ChristenUnie ligt.
Vooral het gedrag richting Wilders is onbegrijpelijk. Terwijl iedereen de felicitaties uitdeelde aan de SP, deed niemand dat aan de PVV van Wilders. Waarom niet? Omdat Wilders zijn stemmen heeft weggehaald bij hardwerkende echte Nederlanders, en niet zoals de SP (en de andere linkse partijen als PvdA en D66) bij allochtonen die samen goed bleken te zijn voor 12 (linkse) zetels?
Het volk krijgt de regering die het verdient. Maar veel moeite om tot een kabinetsformatie te komen werd er gisteren niet gedaan. Van enige toenadering was geen sprake. Links leeft bij polarisatie. En bij consolidatie van de leugen. En het fatsoen van Balkenende werd tegen hem gebruikt.
De feitelijke toestand van het land was dat jaren van paars potverteren (van PvdA èn VVD) het land nergens hadden gebracht. De banengroei bleek ambtenarengroei te zijn. De kosten voor de zorg waren geëplodeerd zonder dat de patiënt er beter van werd. De immigratie liep volkomen uit de hand. Het beleid van paars was er op gericht om door het oppompen van tweeverdienerschap en van de huizenprijzen de welvaart van ons land naar boven te stuwen, ongeacht de gevolgen voor de maatschappij. Miljarden waren er weggesmeten zonder dat duidelijk was wat deze bestedingen hadden utigericht.
Toen de economische recessie aanbrak was het geld op om de harde klappen op te kunnen vangen. Elke klap werd daardoor hard gevoeld. De rek was overal uit. Want om een fatsoenlijk bestaan op te bouwen, moesten mensen zich sinds Paars het leplazarus werken. Kinderen zijn hierdoor een sociale en economische ballast geworden die problemen rond opvoeding en vergrijzing hebben versterkt.
Links heeft en had hier geen boodschap aan. Wouter Bos durfde te zeggen dat bij economische terugslag extra aandacht moet worden geschonken aan de zwakkeren. In het licht van het paarse beleid, waar hij persoonlijke mede verantwoordelijk voor was, was dit onhoudbaar. In goede tijden moet het geld worden uitgegeven aan het verminderen van de schuldenlast. Dat had paars niet gedaan. Met "na ons de zondvloed" had men een ravage aangericht die het CDA weer eens moest opruimen.
Dit ondankbare werk heeft Balkenende voortvarend gedaan. Niet dat we hem in alles zullen bijvallen, maar het is een constante: om werkelijk problemen aan te pakken is het CDA nodig. Links, maar ook VVD is in tijden van nood en in tijden van overvloed een ramp voor het land. Balkenende was met de handen op zijn rug gebonden. Hij moest het CDA omhoog tillen. Hij kon de Paarse ravage niet benoemen, omdat hij dan zijn liberale coalitiegenoot tegen de schenen zou trappen. En die deed in het begin van het kabinet immers tegen heug en meug mee?
Het fatsoen, de daadkracht en de moed van Balkenende doen er voor veel kiezers niet toe. Socialisten en liberalen hebben geen boodschap aan het landsbelang. Dikke uitkeringen, dikke auto's, christendemocraatje pesten en geen verschil meer weten tussen campagne en politiek; dit is het politieke voorland van "het land van de rode koe": Nederland.
Maar misschien hebben de linkse partijen wel gelijk: het systeem werkt gewoon niet. Misschien is het ook wel lariekoek om te verwachten dat de SP nu opeens wel met een CDA zou willen regeren. En dat een ChristenUnie met een PVV zou willen regeren. Misschien moeten we ons maar neerleggen bij een land dat niet geregeerd wordt, maar continu wordt afgebroken door links en door liberaal om daarna ondankbaar te worden hersteld door de christendemocratie.
Lees verder...
dinsdag 21 november 2006
Rechtse koffie & links koffiedik
Het enige verrassende van de verkiezingen van morgen is de groei van de SP. En ook dit mag nauwelijks een verrassing worden genoemd. Want wie koffie zet, krijgt koffiedik. En hoe meer rechtse neoliberale koffie, des te meer links koffiedik.
De jaren neoliberale potverdeerderspolitiek van de twee paarse kabinetten onder Wim Kok, de neoliberale saneringspolitiek van de kabinetten Balkenende en de neoliberale oppositiepolitiek van PvdA, GroenLinks en ChristenUnie gedurende de periode Balkenende hebben Nederland met een probleem opgezadeld: een SP die op weg is een dominante factor in de binnenlandse politiek te worden.
Dat zou menigeen aan het denken moeten zetten. Dat doet het echter niet. Niet alleen CDA en VVD houden vast aan een koers van meer vrije markt, meer concurrentie en minder sociale en maatschappelijke zekerheid, ook de linkse oppositie doet geen wezenlijk andere keuzes dan de huidige coalitiepartijen. Meer arbeidsmobiliteit, meer arbeidsparticipatie, een soepeler ontslagrecht, meer Europa, meer globalisering en een oprukkende harde managementcultuur van efficiency en hyperproductiviteit hebben grote groepen Nederlanders de afgelopen jaren in het nauw gedreven.
Dit proces is nog lang niet ten einde. En daarom zal in Nederland een partij als de SP ook in de toekomst door blijven groeien. Zelfs al zal ze bij de verkiezingen morgen iets terugzakken ten koste van de PvdA. Want het is simpel: veel mensen hebben geen alternatief voorhanden.
Zelf zijn veel mensen niet in staat een uitweg te creëren. Als je als vijftig-jarige bent afgeschreven voor een vaste betrekking, krijgen alle politieke discussies een opeens cynisch karakter. Dan wordt zelfs het integratievraagstuk een ver-van-mijn-bed-show. Waar de verantwoordelijke ondernemer is verdwenen die oudjes nog een kans gaf, en waar de behulpzame gemeenschap die iemand sociaal-economisch nog wel eens kon opvangen eveneens is verdwenen, blijft er niets anders over dan de landelijke politiek.
Veel mensen hebben hun hoop dus gevestigd op de politiek. En deze mentale instelling heeft een ernstige schaduwzijde: men heeft overspannen verwachtingen over wat de politiek in staat is. Men leeft bij de illusie dat de politiek structurele oplossingen kan aandragen voor problemen die dieper en breder liggen. Men meent werkelijk dat de politiek de kosten van de zorg kan drukken en zo de premies, ondanks vergrijzing en een toenemende vraag naar zorg. Men meent werkelijk dat de VUT kan blijven bestaan ondanks een teruglopend kindertal. En men meent werkelijk dat meer Europa en open grenzen gecombineerd kan worden met baanbehoud in eigen land.
Het is op de golf van deze illusies dat een partij als de SP groeit. En het is te gemakkelijk alleen deze partij in de beklaagdenbank te zetten. Want alle partijen hebben op dit punt boter op hun hoofd. Alle partijen zijn decennialang voortdurend bezit met het voeden van een politieke cultuur van hoge verwachtingen. In plaats van de illusie te ontkrachten dat de politiek er op wezenlijke punten niet toe doet, oefent ze de burger om politiek te denken: eigenbelang, lijfsbehoud, en genotsmaximalisatie.
Het is de burgers ingepompt dat de vraag "wat heb IK eraan?" de enige vraag is die er in de politiek en in de economie toe doet. De massa egocentrische burgers is zo verleerd de werkelijke oorzaken te zien van hun eigen problemen: globalisering, kinderloosheid, secularisatie, individualisering. Zaken die men met het eigen gedrag voedt en in stand houdt. En daar kan geen lieve politiek iets aan veranderen; hoogstens kan men wat gerommel in de marge veroorzaken.
De samenleving is de afgelopen decennia flink veranderd. Veel beschermende instuties hebben hun kracht en hun functie verloren: familie, huwelijk, gemeenschap, nationale cultuur, kerk, enzovoorts. Mensen kiezen niet meer de bakker die ze kennen om hem van nering te voorzien; mensen kiezen nu voor een stuiver korting al betekent dit de nekslag voor een zelfstandige ambachtsman. Mensen kiezen niet meer voor een goede boterham voor de timmerman uit hun dorp, maar voor een goedkope Oost-Europeaan die de duurdere autochtone krachten dwingt een zeker en normaal bestaan op te geven.
Niet alleen de politiek heeft dus boter op het hoofd, ook de burgers zelf. De linkse burgers zullen dit niet als schuld ervaren: de roes van vreemdelingenliefde en barmhartige solidariteit op kosten van een ander maken immers veel goed: deze sentimenten zijn uitstekend in staat elk restje besef van egocentrisme uit te bannen.
Maar niet alleen linkse burgers hebben geen boodschap aan hun eigen ongeluk, ook rechtse kiezers willen het niet zien. Met schrikbeelden omtrent het Maoïstische verleden van Jan Marijnissen probeert men de kiezer bang te maken. Maar een kiezer zonder alternatief laat zich niet bang maken. Want je moet als kleine zelfstandige, als oudere werknemer en als iemand met een zwaar beroep wel gek zijn om op een "correcte" partij te stemmen die openlijk een beleid voert dat wel eens zou kunnen uitlopen op een persoonlijke nachtmerrie voor jou of je buurman.
Laten de neoliberale carrièrejagers het maar voelen. Want socialisten mogen dan net zulke egocentrici zijn als hun liberale veelverdieners: er bestaat ook nog altijd zoiets als verantwoordelijkheid. Een directeur die alleen het eigenbelang op het oog heeft meer schuld dan een arbeider die alleen aan zichzelf denkt; daar wordt zo'n directeur nog altijd dik voor betaald.
Wie jarenlang neoliberale politiek bedrijft, krijgt SP-koffiedik. En dat is niet zomaar terug te draaien.
De jaren neoliberale potverdeerderspolitiek van de twee paarse kabinetten onder Wim Kok, de neoliberale saneringspolitiek van de kabinetten Balkenende en de neoliberale oppositiepolitiek van PvdA, GroenLinks en ChristenUnie gedurende de periode Balkenende hebben Nederland met een probleem opgezadeld: een SP die op weg is een dominante factor in de binnenlandse politiek te worden.
Dat zou menigeen aan het denken moeten zetten. Dat doet het echter niet. Niet alleen CDA en VVD houden vast aan een koers van meer vrije markt, meer concurrentie en minder sociale en maatschappelijke zekerheid, ook de linkse oppositie doet geen wezenlijk andere keuzes dan de huidige coalitiepartijen. Meer arbeidsmobiliteit, meer arbeidsparticipatie, een soepeler ontslagrecht, meer Europa, meer globalisering en een oprukkende harde managementcultuur van efficiency en hyperproductiviteit hebben grote groepen Nederlanders de afgelopen jaren in het nauw gedreven.
Dit proces is nog lang niet ten einde. En daarom zal in Nederland een partij als de SP ook in de toekomst door blijven groeien. Zelfs al zal ze bij de verkiezingen morgen iets terugzakken ten koste van de PvdA. Want het is simpel: veel mensen hebben geen alternatief voorhanden.
Zelf zijn veel mensen niet in staat een uitweg te creëren. Als je als vijftig-jarige bent afgeschreven voor een vaste betrekking, krijgen alle politieke discussies een opeens cynisch karakter. Dan wordt zelfs het integratievraagstuk een ver-van-mijn-bed-show. Waar de verantwoordelijke ondernemer is verdwenen die oudjes nog een kans gaf, en waar de behulpzame gemeenschap die iemand sociaal-economisch nog wel eens kon opvangen eveneens is verdwenen, blijft er niets anders over dan de landelijke politiek.
Veel mensen hebben hun hoop dus gevestigd op de politiek. En deze mentale instelling heeft een ernstige schaduwzijde: men heeft overspannen verwachtingen over wat de politiek in staat is. Men leeft bij de illusie dat de politiek structurele oplossingen kan aandragen voor problemen die dieper en breder liggen. Men meent werkelijk dat de politiek de kosten van de zorg kan drukken en zo de premies, ondanks vergrijzing en een toenemende vraag naar zorg. Men meent werkelijk dat de VUT kan blijven bestaan ondanks een teruglopend kindertal. En men meent werkelijk dat meer Europa en open grenzen gecombineerd kan worden met baanbehoud in eigen land.
Het is op de golf van deze illusies dat een partij als de SP groeit. En het is te gemakkelijk alleen deze partij in de beklaagdenbank te zetten. Want alle partijen hebben op dit punt boter op hun hoofd. Alle partijen zijn decennialang voortdurend bezit met het voeden van een politieke cultuur van hoge verwachtingen. In plaats van de illusie te ontkrachten dat de politiek er op wezenlijke punten niet toe doet, oefent ze de burger om politiek te denken: eigenbelang, lijfsbehoud, en genotsmaximalisatie.
Het is de burgers ingepompt dat de vraag "wat heb IK eraan?" de enige vraag is die er in de politiek en in de economie toe doet. De massa egocentrische burgers is zo verleerd de werkelijke oorzaken te zien van hun eigen problemen: globalisering, kinderloosheid, secularisatie, individualisering. Zaken die men met het eigen gedrag voedt en in stand houdt. En daar kan geen lieve politiek iets aan veranderen; hoogstens kan men wat gerommel in de marge veroorzaken.
De samenleving is de afgelopen decennia flink veranderd. Veel beschermende instuties hebben hun kracht en hun functie verloren: familie, huwelijk, gemeenschap, nationale cultuur, kerk, enzovoorts. Mensen kiezen niet meer de bakker die ze kennen om hem van nering te voorzien; mensen kiezen nu voor een stuiver korting al betekent dit de nekslag voor een zelfstandige ambachtsman. Mensen kiezen niet meer voor een goede boterham voor de timmerman uit hun dorp, maar voor een goedkope Oost-Europeaan die de duurdere autochtone krachten dwingt een zeker en normaal bestaan op te geven.
Niet alleen de politiek heeft dus boter op het hoofd, ook de burgers zelf. De linkse burgers zullen dit niet als schuld ervaren: de roes van vreemdelingenliefde en barmhartige solidariteit op kosten van een ander maken immers veel goed: deze sentimenten zijn uitstekend in staat elk restje besef van egocentrisme uit te bannen.
Maar niet alleen linkse burgers hebben geen boodschap aan hun eigen ongeluk, ook rechtse kiezers willen het niet zien. Met schrikbeelden omtrent het Maoïstische verleden van Jan Marijnissen probeert men de kiezer bang te maken. Maar een kiezer zonder alternatief laat zich niet bang maken. Want je moet als kleine zelfstandige, als oudere werknemer en als iemand met een zwaar beroep wel gek zijn om op een "correcte" partij te stemmen die openlijk een beleid voert dat wel eens zou kunnen uitlopen op een persoonlijke nachtmerrie voor jou of je buurman.
Laten de neoliberale carrièrejagers het maar voelen. Want socialisten mogen dan net zulke egocentrici zijn als hun liberale veelverdieners: er bestaat ook nog altijd zoiets als verantwoordelijkheid. Een directeur die alleen het eigenbelang op het oog heeft meer schuld dan een arbeider die alleen aan zichzelf denkt; daar wordt zo'n directeur nog altijd dik voor betaald.
Wie jarenlang neoliberale politiek bedrijft, krijgt SP-koffiedik. En dat is niet zomaar terug te draaien.
Lees verder...
dinsdag 14 november 2006
Liberale Sharia op Hollandse wegen
Het nieuwe VVD-plan voor meer en hogere snelwegen is het zoveelste teken dat het polderliberalisme niets meer dan een verkapte vorm van socialisme is. Wegen moeten makkelijker kunnen worden aangelegd. En dat betekent: locale gemeenten en burgers kunnen volgens de liberalen naar de pomp lopen.
Terwijl Bos en Balkenend bakkeleien en de SP groeit als kool zitten de liberalen van de VVD niet stil. Opnieuw is er een onzalig plan uit de liberale koker tevoorschijn gekomen: er moeten meer snelwegen komen, desnoods met meer lagen en er moet harder kunnen worden gereden. Daarvoor moeten de burgers meer geld afdragen aan de veelrijders, moet het privaat grondbezit makkelijker kunnen worden onteigend en dienen locale gemeenten monddood gemaakt te worden. Dit alles alleen omdat snelwegen makkelijker moeten kunnen worden aangelegd zonder teveel oponthoud van de kant van gemeenten en onwillige burgers.
We konden het aan zien komen. Enige tijd geleden was er het voorstel van Verdonk de Commissie Gelijke Behandeling op te heffen en zo het monster van een Wet Gelijke Behandeling in handen te leggen van een Tweede Kamer. Vlak daarvoor was er het liberale pleidooi tot afschaffing van de Zondagsrustwet, dit in weerwil van een VVD-commissie die waarschuwde dat dit de nekslag voor kleine ondernemers kan betekenen. Daarvoor was er het VVD-plan voor gratis kinderopvang, dat liberale ouders die zelf de verantwoordelijkheid voor de opvang van hun kinderen nemen, laat betalen voor socialistische ouders die kinderopvang als een staatstaak zien. Nu is er dus dit plan: het makkelijker te maken burgers weg te jagen van hun grond en het concrete algemene belang van de locale democratie de nek om te draaien.
Niet lang geleden kwam VVD-minister Remkes al met het plan alle gemeenten beneden de 20.000 inwoners gedwongen op te heffen en alle gemeenten tot 50.000 inwoners per geval te bekijken. Dat het contact tussen bestuurders en burgers hierdoor zal vervagen en zelfs kan verdwijnen, is volgens de liberale bestuurders niet erg. De efficiency zal namelijk toenemen. En daar gaat het om.
We zien nu wat dit betekent: efficiency is beslissingen nemen die steeds maar enkele burgers tegelijk raken en de onwetende massa onverschillig laat. Kleine gemeenten betekenen in liberale ogen grote problemen. Grote gemeenten betekenen kleine problemen en als politiek doen waar je zin in hebt.
De burger is daarbij tot idioot verklaard; tot iemand die alleen maar zo snel mogelijk van A naar B wil gaan ten koste van iedereen en van alles. En hij wordt daarin gesteund door een liberale elite die deze wensen mogelijk wil maken ten koste van iedereen en van alles.
Liberalen of socialisten: het is zo langzamerhand lood om oud ijzer.
Terwijl Bos en Balkenend bakkeleien en de SP groeit als kool zitten de liberalen van de VVD niet stil. Opnieuw is er een onzalig plan uit de liberale koker tevoorschijn gekomen: er moeten meer snelwegen komen, desnoods met meer lagen en er moet harder kunnen worden gereden. Daarvoor moeten de burgers meer geld afdragen aan de veelrijders, moet het privaat grondbezit makkelijker kunnen worden onteigend en dienen locale gemeenten monddood gemaakt te worden. Dit alles alleen omdat snelwegen makkelijker moeten kunnen worden aangelegd zonder teveel oponthoud van de kant van gemeenten en onwillige burgers.
We konden het aan zien komen. Enige tijd geleden was er het voorstel van Verdonk de Commissie Gelijke Behandeling op te heffen en zo het monster van een Wet Gelijke Behandeling in handen te leggen van een Tweede Kamer. Vlak daarvoor was er het liberale pleidooi tot afschaffing van de Zondagsrustwet, dit in weerwil van een VVD-commissie die waarschuwde dat dit de nekslag voor kleine ondernemers kan betekenen. Daarvoor was er het VVD-plan voor gratis kinderopvang, dat liberale ouders die zelf de verantwoordelijkheid voor de opvang van hun kinderen nemen, laat betalen voor socialistische ouders die kinderopvang als een staatstaak zien. Nu is er dus dit plan: het makkelijker te maken burgers weg te jagen van hun grond en het concrete algemene belang van de locale democratie de nek om te draaien.
Niet lang geleden kwam VVD-minister Remkes al met het plan alle gemeenten beneden de 20.000 inwoners gedwongen op te heffen en alle gemeenten tot 50.000 inwoners per geval te bekijken. Dat het contact tussen bestuurders en burgers hierdoor zal vervagen en zelfs kan verdwijnen, is volgens de liberale bestuurders niet erg. De efficiency zal namelijk toenemen. En daar gaat het om.
We zien nu wat dit betekent: efficiency is beslissingen nemen die steeds maar enkele burgers tegelijk raken en de onwetende massa onverschillig laat. Kleine gemeenten betekenen in liberale ogen grote problemen. Grote gemeenten betekenen kleine problemen en als politiek doen waar je zin in hebt.
De burger is daarbij tot idioot verklaard; tot iemand die alleen maar zo snel mogelijk van A naar B wil gaan ten koste van iedereen en van alles. En hij wordt daarin gesteund door een liberale elite die deze wensen mogelijk wil maken ten koste van iedereen en van alles.
Liberalen of socialisten: het is zo langzamerhand lood om oud ijzer.
Lees verder...
Labels:
liberalisme,
nederland
Abonneren op:
Posts (Atom)